Article

Hof van Cassatie, 28/01/2016, R.D.C.-T.B.H., 2016/9, p. 855-856

Hof van Cassatie 28 januari 2016

CONTINUÏTEIT VAN DE ONDERNEMING
Gerechtelijke reorganisatie - Gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord - Homologatie van het reorganisatieplan en rechtsmiddelen - Hoger beroep
De homologatie van een reorganisatieplan kan overeenkomstig artikel 55 WCO slechts worden geweigerd in geval van niet-naleving van de pleegvormen of wegens schending van de openbare orde. In dat geval mag de rechtbank de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen.
Indien de rechter de homologatie van een reorganisatieplan heeft geweigerd omdat een bepaald onderdeel ervan in strijd is met de openbare orde en de schuldenaar wordt toegestaan om een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen, kan de rechtbank de homologatie van dit aangepaste reorganisatieplan niet weigeren wegens onderdelen van het plan die niet het voorwerp waren van de weigeringsbeslissing en die ongewijzigd zijn gebleven.
Uit de artikelen 19, eerste lid en 1068, eerste lid Ger.W. volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis van de eerste rechter dat wordt gewezen na een voorafgaand vonnis, de eindbeslissingen van dit voorafgaand vonnis slechts bij de appelrechter aanhangig maakt, voor zover ook tegen dit laatste vonnis hoger beroep is aangetekend. De appelrechter die opnieuw uitspraak doet over een geschilpunt waarover de eerste rechter zijn rechtsmacht volledig had uitgeput en waarover geen hoger beroep werd ingesteld, begaat machtsoverschrijding.
CONTINUITÉ DES ENTREPRISES
Réorganisation judiciaire - Réorganisation judiciaire par accord collectif - Homologation du plan de réorganisation et recours - Appel
En vertu de l'article 55 LCE, l'homologation d'un plan de réorganisation ne peut être refusée qu'en cas d'inobservation des formalités ou pour violation de l'ordre public. Dans ce cas, le tribunal peut autoriser le débiteur à proposer aux créanciers un plan de réorganisation adapté.
Si le juge refuse l'homologation d'un plan de réorganisation parce qu'une partie du plan est contraire à l'ordre public et que le débiteur a été autorisé à proposer un plan de réorganisation adapté aux créanciers, le tribunal ne peut refuser l'homologation de ce plan de réorganisation adapté en raison de parties du plan qui n'ont pas fait l'objet de la décision de refus et qui n'ont pas été modifiées.
Il ressort des articles 19, alinéa 1er et 1068, alinéa 1er, du Code judiciaire que l'appel dirigé contre un jugement du premier juge qui a été rendu après un jugement antérieur ne saisit le juge d'appel des décisions définitives de ce jugement antérieur, que dans la mesure où un appel est aussi dirigé contre ce dernier jugement; le juge d'appel qui statue à nouveau sur une question litigieuse à propos de laquelle le premier juge avait entièrement épuisé sa juridiction et qui n'a pas fait l'objet d'un appel commet un excès de pouvoir.

Added Value BVBA

Zet.: E. Dirix (voorzitter), B. Deconinck (afdelingsvoorzitter), K. Mestdagh, G. Jocqué en K. Moens (raadsheren)
OM: A. Van Ingelgem (advocaat-generaal)
Pl.: Mr. S. Nudelholc
Zaak: C.15.0321.N
I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 1 juni 2015.

Advocaat-generaal A. Van Ingelgem heeft op 8 december 2015 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter E. Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal A. Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddelen

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel
Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 19, eerste lid Gerechtelijk Wetboek is een vonnis een eindvonnis in zoverre daarmee de rechtsmacht van de rechter over een geschilpunt is uitgeput, behoudens de rechtsmiddelen bij de wet bepaald.

Krachtens artikel 1068, eerste lid Gerechtelijk Wetboek maakt het hoger beroep tegen een eindvonnis of tegen een vonnis alvorens recht te doen het geschil zelf aanhangig bij de rechter in hoger beroep.

2. Uit deze bepalingen volgt dat het hoger beroep tegen een vonnis van de eerste rechter dat wordt gewezen na een voorafgaand vonnis, de eindbeslissingen van dit voorafgaand vonnis slechts bij de appelrechter aanhangig maakt, voor zover ook tegen dit laatste vonnis hoger beroep is aangetekend. De appelrechter die opnieuw uitspraak doet over een geschilpunt waarover de eerste rechter zijn rechtsmacht volledig had uitgeput en waarover geen hoger beroep werd ingesteld, begaat machtsoverschrijding.

3. Krachtens artikel 55 wet continuïteit ondernemingen beslist de rechtbank, binnen 14 dagen na de zitting, en in elk geval vóór de vervaldag van de met toepassing van de artikelen 24, § 2 en 38 van deze wet bepaalde opschorting, of zij al dan niet het reorganisatieplan homologeert. De homologatie kan slechts worden geweigerd in geval van niet-naleving van de pleegvormen of wegens schending van de openbare orde. In dat geval mag de rechtbank de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen. Het vonnis stelt dan de datum vast van de zitting waarop zal worden overgegaan tot de stemming over het plan.

4. Indien de rechter de homologatie van een reorganisatieplan heeft geweigerd omdat een bepaald onderdeel ervan in strijd is met de openbare orde en de schuldenaar wordt toegestaan om een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen, kan de rechtbank de homologatie van dit aangepaste reorganisatieplan niet weigeren wegens onderdelen van het plan die niet het voorwerp waren van de weigeringsbeslissing en die ongewijzigd zijn gebleven.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eiseres werd toegelaten tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie;

- de eiseres een reorganisatieplan opstelde dat door de meerderheid van de schuldeisers werd goedgekeurd;

- bij vonnis van 8 oktober 2014 de homologatie uitsluitend werd geweigerd wegens een betwisting omtrent de schuldvordering van een werkneemster;

- de eiseres een op dit punt aangepast plan heeft neergelegd dat op 18 november 2014 werd goedgekeurd door de meerderheid van de schuldeisers;

- de rechtbank bij vonnis van 25 november 2014 de homologatie van het aangepaste plan heeft geweigerd wegens de schending van de openbare orde, meer bepaald de behandeling van de schuldvordering van de zaakvoerder van de eiseres die neerkomt op een onverantwoorde gedifferentieerde behandeling ten opzichte van de andere schuldeisers.

6. De appelrechter die oordeelt dat “de procedure tot gerechtelijke reorganisatie een geheel [vormt]” en “het bijgevolg niet [is] omdat een geschonden pleegvorm of een schending van de openbare orde niet bij een eerste beoordeling ter sprake is gekomen, de rechter naderhand deze schending niet meer mag ter sprake brengen” en vervolgens het beroepen vonnis van 25 november 2014 bevestigt wegens een disproportionele behandeling van de schuldvordering van de zaakvoerder van de eiseres, terwijl tegen het vonnis van 8 oktober 2014 geen hoger beroep werd ingesteld, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, anders samengesteld.

(…)


Note / Noot

Zie artikel Melissa Vanmeenen, in dit nummer, p. 799.