Actualités

Droit bancaire et financier

ClientEarth vs NBB

· Regine Feltkamp

In het vonnis d.d. 21 december 2021 heeft de Brusselse Rechtbank van Eerste Aanleg het verzoek van ClientEarth om de Nationale Bank van België (NBB) te bevelen niet langer obligaties aan te kopen van bedrijven die actief zijn in de – volgens ClientEarth – meest vervuilende sectoren, afgewezen. ...

Lire l’article

Droit bancaire et financier

Primeur: het Gerecht bevestigt de intrekking van een bankvergunning wegens schending van de witwaswetgeving

· Regine Feltkamp

Sinds 2010 heeft de Österreichische Finanzmarktaufsicht (Oostenrijkse toezichthoudende autoriteit voor de financiële markten; hierna: "FMA") een groot aantal dwangmaatregelen en sancties opgelegd aan AAB Bank, een in Oostenrijk gevestigde kredietinstelling. Op grond daarvan heeft de FMA in 2019 bij de Europese Centrale Bank (hierna: “ECB”) een ontwerpbesluit ingediend tot intrekking van de vergunning van AAB Bank voor de toegang tot de werkzaamheden van een kredietinstelling. Bij besluit van 14 november 2019 heeft de ECB die vergunning ingetrokken. Op basis van de bevindingen van de FMA in het kader van de uitoefening van haar taak van prudentieel toezicht en met betrekking tot de voortdurende en herhaalde niet-naleving door AAB Bank van de vereisten inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en inzake interne governance, was de ECB van oordeel dat AAB Bank niet in staat was een goed beheer van haar risico's te waarborgen. In zijn arrest van 22 juni 2022 verwerpt het Gerecht het beroep tot nietigverklaring van dit besluit van de ECB. Daarmee spreekt het Gerecht zich voor het eerst uit over een intrekking van de vergunning van een bankinstelling wegens ernstige schendingen van de wetgeving inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en schendingen van de regels inzake het bestuur van kredietinstellingen. ...

Lire l’article

Droit bancaire et financier

Primeur: het Gerecht bevestigt de intrekking van een bankvergunning wegens schending van de witwaswetgeving

· Regine Feltkamp

Sinds 2010 heeft de Österreichische Finanzmarktaufsicht (Oostenrijkse toezichthoudende autoriteit voor de financiële markten; hierna: "FMA") een groot aantal dwangmaatregelen en sancties opgelegd aan AAB Bank, een in Oostenrijk gevestigde kredietinstelling. Op grond daarvan heeft de FMA in 2019 bij de Europese Centrale Bank (hierna: “ECB”) een ontwerpbesluit ingediend tot intrekking van de vergunning van AAB Bank voor de toegang tot de werkzaamheden van een kredietinstelling. Bij besluit van 14 november 2019 heeft de ECB die vergunning ingetrokken. Op basis van de bevindingen van de FMA in het kader van de uitoefening van haar taak van prudentieel toezicht en met betrekking tot de voortdurende en herhaalde niet-naleving door AAB Bank van de vereisten inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en inzake interne governance, was de ECB van oordeel dat AAB Bank niet in staat was een goed beheer van haar risico's te waarborgen. Het beroep tot nietigverklaring van dit besluit van de ECB wordt verworpen door de negende kamer van het Gerecht...

Lire l’article

Droit de la concurrence et secteurs régulés

La Commission européenne a adopté une version révisée et plus souple de sa communication relative à des orientations informelles sur les pratiques anticoncurrentielles

· Marie Vandenneucker

Le 3 octobre 2022, la Commission européenne (« Commission ») a adopté une version révisée de sa communication relative à des orientations informelles sur des questions nouvelles ou non résolues qui se posent dans des affaires individuelles au regard des articles 101 et 102 du TFUE (lettres d’orientation) (« Communication »). Cette Communication prévoit les modalités permettant aux entreprises d’obtenir des orientations de la Commission lors de l’évaluation de la légalité de leurs actions au regard des articles 101 et 102 du TFUE. ...

Lire l’article

Droit commercial général

Injonction de payer européenne : une loi nationale ayant interrompu, pendant quelques semaines, les délais d’opposition en cours lors de la survenance de la pandémie de COVID-19 n’est pas contraire à la réglementation européenne

· contributeur invité gastcontributeur

Le règlement n° 1896/2006[1] a institué une procédure européenne d’injonction de payer en vue, notamment, de simplifier la résolution des litiges transfrontaliers concernant des créances pécuniaires incontestées. Le défendeur qui s’est vu signifier ou notifier une telle injonction a toutefois le droit de s’y opposer dans les trente jours auprès de la juridiction d’origine (c’est-à-dire celle de l’État membre de l’initiateur de la procédure) [art. 12, § 3, sous b), et art. 16], auquel cas la procédure se poursuit, en principe, selon les règles de procédure civile nationale. Passé ce délai d’un mois, le défendeur peut demander le réexamen de l’injonction de payer devant la juridiction d’origine, notamment, s’il a été empêché de contester la créance en raison de « circonstances extraordinaires, sans qu’il y ait faute de sa part » et pour autant qu’il agisse promptement, ou en raison d’« autres circonstances exceptionnelles » [art. 20, § 1, sous b), et § 2]. Enfin, le règlement précise que toute question procédurale qu’il ne règle pas expressément est régie par le droit national (art. 26). ...

Lire l’article