Article

Hof van Cassatie (1e k.), 16/03/2018, C.17.0200.F, R.D.C.-T.B.H., 2019/9, p. 1065-1066

Hof van Cassatie 16 maart 2018

VERZEKERINGEN
Verzekeringsbemiddeling en distributie - Makelaar - Lasthebber van verzekeraar - Precontractuele informatie- en adviesplicht - Contractuele fout
De lasthebber, die in het kader van zijn lastgeving een fout begaat, kan slechts aansprakelijk worden gesteld ten aanzien van de contracterende derde als die fout een tekortkoming aan de algemene zorgvuldigheidsplicht uitmaakt.
Het arrest dat aldus het bestaan van een buitencontractuele fout door de makelaar aanneemt op grond dat de tekortkoming aan zijn informatie- en adviesplicht voorafgaat aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst tussen een verzekeraar en de klant, terwijl die de niet-uitvoering van een verplichting van de makelaarsovereenkomst tussen zijn lastgever (verzekeraar) en de klant uitmaakt, schendt de artikelen 1382 en 1383 BW.
ASSURANCES
Intermédiation et distribution - Courtier - Mandataire de l'assureur - Obligation précontractuelle d'information et de conseil - Faute contractuelle
Le mandataire, qui, agissant dans le cadre de son mandat commet une faute, ne peut être déclaré responsable à l'égard du tiers contractant que si cette faute constitue un manquement à l'obligation générale de prudence.
L'arrêt, qui retient ainsi l'existence d'une faute extracontractuelle du mandataire au motif que le manquement à son obligation d'information et de conseil précède la conclusion du contrat d'assurance entre l'assureur et le client alors qu'il constitue l'inexécution d'une obligation du contrat de courtage conclue entre son mandat (l'assureur) et le client, viole les articles 1382 et 1383 C. civ.

Sobegas CVBA / I.K. en G.D. in aanwezigheid van BCD Assurances NV

Zet: D. Batselé (raadsheer wnd. voorzitter), M. Delange, M.-C. Ernotte, S. Geubel en A. Jacquemin (raadsheren)
OM: Ph. de Koster (advocaat-generaal)
Pl.: Mrs. I. Heenen en M. Grégoire en B. Maes
Zaak: C.17.0200.F

(…)

II. Cassatiemiddelen

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel

Over de grond van niet-ontvankelijkheid die de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij tegen het middel opwerpt: het middel heeft geen belang.

De overweging van het arrest dat de tweede verweerder zich niet gedragen heeft als een normaal voorzichtige en bedachtzame makelaar, omdat hij tekortgekomen is aan zijn wettelijke informatie- en adviesplicht, is geen afzonderlijke reden van de beslissing om hem buitencontractueel aansprakelijk te stellen.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Gegrondheid van het middel

De lasthebber, die in het kader van zijn lastgeving een fout begaat, kan slechts aansprakelijk worden gesteld ten aanzien van de contracterende derde als die fout een tekortkoming aan de algemene zorgvuldigheidsplicht uitmaakt.

Vooreerst stelt het arrest dat “[de eerste verweerder] aan zijn verzekeringsmakelaar [de tweede verweerder] de opdracht geeft om het bedrag van 125.000 EUR te plaatsen” en dat “hij na een eerste onderhoud [...] aanbeveelt om de tegoeden via een Ierse of Luxemburgse 'tak 23'-levensverzekeringsovereenkomst te plaatsen”. Vervolgens wijst het arrest erop dat “de makelaar, die verzekeringsbemiddelaar is, zijn werkzaamheden in het kader van een aannemingsovereenkomst verricht” aangezien “hij de meest gepaste verzekeringsdekking tracht te vinden voor het risico dat zijn klant wenst te laten dekken”, dat hij in die context “een informatie- en adviesplicht heeft die voortvloeit uit de essentie zelf van het beroep van verzekeringsbemiddelaar, waarvan de verzekeringnemer de begunstigde is” en dat “sinds 15 maart 2006, datum van inwerkingtreding van de wet [van 22 februari 2006 tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen], de verzekeringsbemiddelaar een bijzondere wettelijke precontractuele informatieplicht heeft”.

Het arrest oordeelt dat “de makelaar [tweede verweerder] een fout heeft begaan door tekort te komen aan zijn informatie- en adviesplicht ten aanzien van de [eerste verweerder], fout die voorafgaat aan het sluiten van de litigieuze verzekeringsovereenkomst”, bevestigt het middel van de tweede verweerder dat hij niet in eigen naam heeft gehandeld en beslist dat hij die fouten heeft begaan “in de hoedanigheid van lasthebber van [de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij]” en dat “de lastgever aansprakelijk is voor de fout die de lasthebber begaat in de uitvoering van zijn opdracht”.

Vervolgens stelt het arrest dat “de lasthebber persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld indien hij een culpa in contrahendo begaat, precontractuele fout tijdens de onderhandelingen die moeten leiden tot het sluiten van een overeenkomst” en dat “in dit geval [de tweede verweerder] tekortgekomen is aan zijn bijzondere wettelijke precontractuele informatieplicht ten aanzien [van de eerste verweerder]” zodat hij “een culpa in contrahendo heeft [...] begaan tijdens het voeren van de onderhandelingen en gesprekken die hebben geleid tot het sluiten van de litigieuze verzekeringsovereenkomst waaraan hij in de hoedanigheid van makelaar zijn medewerking heeft verleend” en dat “hij persoonlijk aansprakelijk [...] is”.

Het arrest dat aldus het bestaan van een buitencontractuele fout door de tweede verweerder aanneemt op grond dat de tekortkoming aan zijn informatie- en adviesplicht voorafgaat aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst tussen een derde en de eerste verweerder, terwijl die de niet-uitvoering van een verplichting van de makelaarsovereenkomst tussen zijn lastgever en de eerste verweerder uitmaakt, schendt de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Omvang van de vernietiging

De vernietiging van de beslissing dat de vordering van de eerste verweerder tegen de eiseres gegrond is, heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissing dat zij gehouden is de aansprakelijkheid van de tweede verweerder te dekken en dat de door laatstgenoemde in ondergeschikte orde ingestelde vordering tot vrijwaring gegrond is.

Overige grieven

Het tweede middel dat niet tot een ruimere cassatie kan leiden, hoeft niet te worden onderzocht.

Vordering tot bindendverklaring

De eiseres heeft er belang bij dat het arrest bindend wordt verklaard jegens de daartoe voor het Hof opgeroepen partij.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vordering van de eerste verweerder tegen de eiseres gegrond verklaart en haar veroordeelt tot de betaling van het bedrag van 50.790,36 EUR, tot de vrijwaring van de tweede verweerder voor de tegen hem uitgesproken veroordelingen en tot de kosten.

Verklaart dit arrest bindend voor de naamloze vennootschap BCD Assurances.

(…)