Hof van Cassatie 9 september 2019
|
VERBINTENISSENRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN
Niet-concurrentiebeding - Partiële nietigheid - Beschikkingsbeginsel - Rol van de rechter - Voorwerp van de vordering
De rechter die een met een bepaling van openbare orde strijdige overeenkomst of beding partieel nietig verklaart, wanneer die partiële nietigheid mogelijk is, niet verboden is door de wet en overeenstemt met de partijbedoeling, terwijl de partij enkel de algehele nietigverklaring ervan had gevorderd, wijzigt het voorwerp van de vordering niet, maar kent de eis slechts gedeeltelijk toe.
|
DROIT DES OBLIGATIONS - PRINCIPES GÉNÉRAUX
Clause de non-concurrence - Nullité partielle - Principe dispositif - Office du juge - Objet de la demande
Le juge qui annule partiellement un contrat ou une clause contraire à une disposition d'ordre public, lorsque cette nullité partielle est possible, n'est pas interdite par la loi et correspond à l'intention des parties, alors que seule la nullité totale avait été postulée, ne modifie pas l'objet de la demande, mais n'y fait droit que partiellement.
|
Leon Invest CVA / Anticimex NV
| Zet: E. Dirix (voorzitter), A. Smetryns (sectievoorzitter), K. Mestdagh, A. Lievens en K. Moens (raadsheren) |
| O.M.: H. Vanderlinden (advocaat-generaal) |
| Pl.: Mrs. H. Geinger en B. Maes |
| Zaak: C.18.0521.N |
(…)
| I. | Rechtspleging voor het Hof |
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 28 juni 2018.
De zaak is bij beschikking van sectievoorzitter Christian Storck van 12 augustus 2019 verwezen naar de 3de kamer.
Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 9 augustus 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd.
Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.
| II. | Cassatiemiddel |
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
| III. | Beslissinf van het Hof |
| Beoordeling |
| Eerste onderdeel |
1. Krachtens artikel 7 van het decreet d'Allarde van 2-17 maart 1791 en artikel II.3 Wetboek van economisch recht, zoals te dezen van toepassing, staat het eenieder vrij om naar goeddunken elke handel te drijven of elk beroep, bedrijf of ambacht, respectievelijk economische activiteit uit te oefenen.
2. Deze bepalingen, die zich verzetten tegen een ongeoorloofde beperking van de vrijheid van ondernemen, zijn van openbare orde.
Het beding dat een onredelijke beperking van de concurrentie naar voorwerp, territorium of duur oplegt, is bijgevolg nietig.
Indien een overeenkomst of een beding strijdig is met een bepaling van openbare orde en bijgevolg nietig is, kan de rechter indien een partiële nietigheid mogelijk is, de nietigheid, behalve als de wet dit verbiedt, beperken tot het met deze bepaling strijdige gedeelte van de overeenkomst of het beding, op voorwaarde dat het voortbestaan van de gedeeltelijk vernietigde overeenkomst of het gedeeltelijk vernietigde beding beantwoordt aan de partijbedoeling.
3. Krachtens artikel 1138, 2° Gerechtelijk Wetboek, mag de rechter geen uitspraak doen over niet gevorderde zaken of meer toekennen dan er gevraagd was.
4. De rechter die een met een bepaling van openbare orde strijdige overeenkomst of beding partieel nietig verklaart, wanneer die partiële nietigheid mogelijk is, niet verboden is door de wet en overeenstemt met de partijbedoeling, terwijl de partij enkel de algehele nietigverklaring ervan had gevorderd, wijzigt het voorwerp van de vordering niet, maar kent de eis slechts gedeeltelijk toe.
5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat:
- de eiseres de nietigverklaring vordert van het niet-afwervingsbeding en van het niet-concurrentiebeding wegens strijdigheid met artikel 7 van het decreet d'Allarde, thans artikel II.3 Wetboek van economisch recht;
- in de specifieke omstandigheden, eigen aan deze zaak, het de rechter toekomt om het bedoelde niet-afwervingsbeding en niet-concurrentiebeding te matigen tot de wettelijk toegelaten omvang indien zij zouden strijden met artikel 7 van het decreet d'Allarde;
- uit de tussen partijen gesloten overeenkomst volgt dat de rechter gehouden is om het niet-afwervingsbeding en het niet-concurrentiebeding in voorkomend geval partieel in plaats van zonder meer volledig nietig te verklaren.
De appelrechters die, in acht genomen deze vaststellingen, waaruit blijkt dat een partiële nietigheid mogelijk was en overeenstemde met de partijbedoeling, de vordering van de eiseres tot algehele nietigverklaring van het niet-afwervingsbeding en het niet-concurrentiebeding afwijzen op de enkele grond dat de eiseres de algehele en niet de partiële nietigheid van deze bedingen vordert en zij zodoende ultra petita zouden oordelen door een partiële nietigheid uit te spreken, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.
Het onderdeel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

