Article

Hof van Cassatie (3e k.), 23/09/2019, C.19.0053.N, R.D.C.-T.B.H., 2020/6, p. 778-779

Hof van Cassatie 23 september 2019

BESLAG EN EXECUTIE
Verklaring derde-beslagene - Gerechtelijke reorganisatie
De appelrechters die oordelen dat het aan de bank “in haar hoedanigheid van derde-beslagene geenszins toekwam om het beslag eenvoudig te negeren dan wel dit als onbestaande te beschouwen en eigengereid over te gaan tot afgifte van de in beslag genomen gelden onder het motief dat zijzelf van oordeel was dat het beslag in strijd met artikel 31 WCO werd gelegd”, dat “de inbreuk op artikel 31 WCO” vanwege de beslagleggers een en ander onverlet laat en dat de bank “in haar hoedanigheid van derde-beslagene de rechtmatigheid van het beslag niet in vraag kan stellen en […] zich op zijn minst tot de bevoegde beslagrechter had moeten wenden” en op die gronden de eiseres veroordelen op grond van artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek tot de oorzaken van het beslag, verantwoorden hun beslissing naar recht.
De gehele of gedeeltelijke veroordeling tot de oorzaken van het beslag krachtens artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek is een privaatrechtelijke sanctie die kan worden opgelegd aan de derde-beslagene die door zijn doen of nalaten de werking van het beslag dwarsboomt. De rechter beschikt voor het opleggen van deze sanctie over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid en kan, in uitzonderlijke gevallen beslissen, om hetzij deze sanctie niet op te leggen, hetzij deze te matigen.
SAISIES ET VOIES D'EXÉCUTION
Déclaration du tiers saisi - Réorganisation judiciaire
Les juges d'appel qui ont jugé qu'« en sa qualité de tiers saisi, il n'appartenait nullement à la banque d'ignorer simplement la saisie ou de la considérer comme inexistante et de procéder à la remise des fonds saisis au motif qu'elle considérait elle-même la saisie comme contraire à l'article 31 de la loi sur la continuité des entreprises », que la « violation de l'article 31 de la loi sur la continuité des entreprises » par la partie saisissante ne change rien à ce principe » et que la banque « ne pouvait, en sa qualité de tiers saisi, contester la légalité de la saisie et [...] aurait dû au moins saisir le juge des saisies compétent » et, qui sur cette base, condamnent le demandeur, sur la base de l'article 1451 du Code judiciaire, aux causes de la saisie, justifient leur décision en droit.
La condamnation totale ou partielle aux causes de saisie en vertu de l'article 1451 du Code judiciaire est une sanction de droit privé qui peut être infligée à un tiers saisi qui, par ses actes ou omissions, entrave le fonctionnement de la saisie. Pour l'imposition de cette sanction, le juge dispose d'un pouvoir d'appréciation et de modération et peut, dans des cas exceptionnels, décider soit de ne pas imposer cette sanction, soit de la modérer.

ING België NV / Villa Clausa BV, W.H., G.R. en J.S.

Zet.: E. Dirix (voorzitter), A. Smetryns (sectievoorzitter), K. Mestdagh (raadsheer)
O.M.: H. Vanderlinden (advocaat-generaal)
Pl.: Mrs. H. Geinger en C. De Baets
Zaak: C.19.0053.N

(…)

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste en tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek mag de derde-beslagene vanaf de ontvangst van de akte houdende derdenbeslag, de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag, niet meer uit handen geven, op straffe van gewoon schuldenaar te worden verklaard voor de oorzaken van het beslag, onverminderd schadevergoeding ten aanzien van de partij, indien daartoe grond bestaat.

De derde-beslagene mag niet op eigen gezag het voorwerp van het beslag uit handen geven omdat hij van oordeel is dat het beslag onrechtmatig is. Deze vrijgave is slechts geoorloofd nadat aan de derde-beslagene de beschikking tot opheffing van het beslag wordt betekend of kennisgeving wordt gedaan van de vrijwillige opheffing.

2. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat:

- de verweerders op 2 februari 2016 ten laste van Grondvest NV (hierna: de vennootschap) bewarend derdenbeslag hebben gelegd in handen van de rechtsvoorganger van de eiseres (hierna: de bank);

- de vennootschap ten tijde van het beslag het voorwerp was van een gerechtelijke reorganisatie;

- in haar verklaring van derde-beslagene van 3 februari 2016 de bank meedeelde dat het saldo van de zichtrekening van de vennootschap 91.499,04 EUR bedroeg;

- de bank op 8 februari 2016 liet weten dat het beslag onrechtmatig is omdat het ingevolge artikel 30 WCO, zoals van toepassing, niet kon worden gelegd en zij aan de gerechtsdeurwaarder haar voornemen meedeelde de rekening te zullen vrijgeven;

- de vennootschap verder gebruik heeft kunnen maken van de rekening en het saldo uiteindelijk 78,96 EUR bedroeg;

- het reorganisatieplan niet werd gehomologeerd en de procedure van gerechtelijke reorganisatie werd afgesloten;

- de verweerders een vordering instellen op grond van artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek ten einde de bank schuldenaar te verklaren van de oorzaak van het beslag.

3. De appelrechters die oordelen dat het aan de bank “in haar hoedanigheid van derde-beslagene geenszins toe[kwam] om het beslag eenvoudig te negeren dan wel dit als onbestaande te beschouwen en eigengereid over te gaan tot afgifte van de in beslag genomen gelden onder het motief dat zijzelf van oordeel was dat het beslag in strijd met artikel 31 WCO werd gelegd”, dat “de inbreuk op artikel 31 WCO” vanwege de beslagleggers een en ander onverlet laat en dat de bank “in haar hoedanigheid van derde-beslagene de rechtmatigheid van het beslag niet in vraag kan stellen en [...] zich op zijn minst tot de bevoegde beslagrechter had moeten wenden” en op die gronden de eiseres veroordelen op grond van artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek tot de oorzaken van het beslag, verantwoorden hun beslissing naar recht.

De onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

4. Krachtens artikel 1395 Gerechtelijk Wetboek worden alle vorderingen betreffende bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging voor de beslagrechter gebracht. De beslagrechter kan derhalve ook kennisnemen van betwistingen omtrent aansprakelijkheid die rijzen gedurende de tenuitvoerlegging, zolang deze geen einde heeft genomen.

5. De appelrechters die zich in het raam van het geding betreffende de door de verweerders op grond van artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek tegen de eiseres ingestelde vordering onbevoegd verklaren om kennis te nemen van de door de eiseres tegen de verweerders ingestelde aansprakelijkheidsvordering wegens de beweerde begane onrechtmatigheid bij het leggen van het beslag verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Vierde onderdeel

6. De gehele of gedeeltelijke veroordeling tot de oorzaken van het beslag krachtens artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek is een privaatrechtelijke sanctie die kan worden opgelegd aan de derde-beslagene die door zijn doen of nalaten de werking van het beslag dwarsboomt. De rechter beschikt voor het opleggen van deze sanctie over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid en kan, in uitzonderlijke gevallen beslissen, om hetzij deze sanctie niet op te leggen, hetzij deze te matigen.

Indien de rechter op grond van de omstandigheden van de zaak op onaantastbare wijze oordeelt over het opleggen van de sanctie en het matigen ervan, dan beschikt het Hof niettemin over een marginaal toetsingsrecht ter zake de evenredigheid tussen de zwaarte van de inbreuk en de opgelegde sanctie.

7. De appelrechters die na te hebben vastgesteld dat het beslag in strijd met artikel 31 WCO werd gelegd, oordelen dat er geen redenen zijn om tot matiging van de sanctie te besluiten, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

(…)