Hof van Cassatie 21 mei 2019
|
STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN
Strafrechtelijke aansprakelijkeid - Rechtspersonen - Cumulatie - Artikel 5 van het Strafwetboek - Strafuitsluitende verschoningsgrond - Hoedanigheidsvereiste bij samenloop van strafrechtelijke verantwoordelijkheid tussen rechtspersoon en natuurlijke persoon onder oud artikel 5, tweede lid van het Strafwetboek
Oud artikel 5, tweede lid van het Strafwetboek omvat geen voorwaarden i.v.m. de hoedanigheid of de vertegenwoordigingsbevoegdheid in hoofde van de geïdentificeerde natuurlijke persoon die het misdrijf heeft gepleegd.
|
DROIT PÉNAL - PRINCIPES GÉNÉRAUX
Responsabilité pénale - Personne morale - Cumul - Article 5 du Code pénal - Cause d'excuse absolutoire
Les dispositions de l'article 5, alinéas 1er et 2, du Code pénal, ne requièrent pas, pour l'applicabilité de la règle de décumul prévue à l'alinéa 2, que la personne physique identifiée ait été investie d'une qualité bien déterminée ou du pouvoir de représenter la personne morale
|
Vervoir Frères BVBA
| Zet.: P. Maffei (sectievoorzitter als voorzitter), F. Van Volsem, A. Bloch, A. Lievens en E. Francis (raadsheren) |
| O.M.: A. Winants (advocaat-generaal) |
| Pl.: Mr. V. Van der Mast |
| Zaak: P.19.0128.N |
(…)
| I. | Rechtspleging voor het Hof |
Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 3 januari 2019.
De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd.
| II. | Beslissing van het Hof |
| Beoordeling |
| Middel |
1. Het middel voert schending aan van artikel 5 Strafwetboek zoals van toepassing ten tijde van de feiten op 14 april 2017: het bestreden vonnis weigert de toepassing van de strafuitsluitende verschoningsgrond van artikel 5, tweede lid Strafwetboek, zoals van toepassing, omdat de bestuurder van de vrachtwagen een werknemer was en geen persoon die de eiseres mocht vertegenwoordigen; artikel 5, tweede lid Strafwetboek stelt echter geen voorwaarden met betrekking tot de hoedanigheid of de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de persoon die het misdrijf fysiek heeft gepleegd; bijgevolg voegt het bestreden vonnis aan de vermelde bepaling een voorwaarde toe die zij niet bevat.
2. Artikel 5, eerste en tweede lid Strafwetboek, zoals van toepassing, bepaalt: “Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of die, naar blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd.
Wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon, kan enkel degene die de zwaarste fout heeft begaan worden veroordeeld. Indien de geïdentificeerde natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd kan hij samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld.”
Die bepalingen vereisen voor de toepasselijkheid van de in het tweede lid opgenomen decumulregeling niet dat de geïdentificeerde natuurlijke persoon beschikt over een bepaalde hoedanigheid of de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.
3. Het bestreden vonnis gaat uit van het tegendeel, voegt aan die bepaling een voorwaarde toe die zij niet bevat en verantwoordt aldus de beslissing niet naar recht.
Het middel is gegrond.
| Omvang van de cassatie |
4. De onwettigheid van de veroordeling tot straf, tast de wettigheid van de schuldigverklaring niet aan.
| Ambtshalve onderzoek voor het overige |
5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis, in zoverre het de eiseres veroordeelt tot straf, bijdragen en kosten.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.
Veroordeelt de eiseres tot twee derden van de kosten.
Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat ze over aan de rechter op verwijzing.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep.
Bepaalt de kosten op 125,95 euro.
(…)

