Article

Ondernemingsrechtbank Gent, 05/03/2019, F 111/2019, R.D.C.-T.B.H., 2021/1, p. 87-88

Ondernemingsrechtbank Gent 5 maart 2019

INSOLVENTIE
Transnationale insolventie - Europese insolventie - Bevoegdheid - COMI
Er is geen sprake van een klassieke commerciële uitbating met cliënteel dat als zodanig de plaats van uitbating zou herkennen op het grondgebied van Luxemburg. De enige voor derden verifieerbare factoren die het werkelijke centrum van belangen aanwijzen, zijn de officiële publicaties die van deze vennootschap kunnen worden teruggevonden en die stuk per stuk verwijzen naar België.
INSOLVABILITÉ
Insolvabilité transnationale - Insolvabilité européenne - Compétence - COMI
Il n'est pas question d'une opération commerciale classique avec une clientèle qui reconnaîtrait le lieu d'opération comme étant situé au Luxembourg. Les seuls éléments vérifiables par des tiers qui indiquent le véritable centre d'intérêts sont les publications officielles de cette société, qui renvoient toutes à la Belgique.

SA La Dorada

Zet.: A. De Braekeleer (afdelingsvoorzitter als voorzitter), B. Reunis en I. Van Vooren (rechters)
Pl.: Mrs. B. Goossens en P. Huyghe
Zaak: F 111/2019

(…)

1. De rechtspleging

Op 19 februari 2019 doen mr. Benny Goossens, advocaat, met kantoor te 9800 Deinze, Tolpoortstraat 45 en mr. Pieter Huyghe, advocaat, met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 72, in hun hoedanigheid van curatoren van het faillissement van de heer J.P., geboren te Gent op 17 augustus 1954, wonende (xxx), hiertoe aangewezen bij vonnis van deze rechtbank van 8 januari 2019, en die houders zijn van een schriftelijke volmacht krachtens de notulen van de bijzondere algemene vergadering van 16 februari 2019, aangifte van het ophouden te betalen.

De rechtbank ziet deze aangifte en de neergelegde stukken in.

De rechtspleging verloopt in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

2. De beoordeling

Krachtens artikel 3 van de Europese insolventieverordening (verordening 201/848 van 20 mei 2015) zijn de rechters van de lidstaat op het grondgebied waarvan het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is, bevoegd een insolventieprocedure te openen. Het centrum van de voornaamste belangen is de plaats waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die als zodanig voor derden herkenbaar is. Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van de statutaire zetel te zijn. Dit vermoeden geldt alleen indien de statutaire zetel in de 3 maanden voorafgaand aan het aanvragen van de insolventieprocedure niet naar een andere lidstaat is overgebracht.

Krachtens Art. XX.12, § 1 WER is de insolventierechtbank gelegen in het rechtsgebied waarin op de dag dat de rechtbank wordt gevat, het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is, uitsluitend bevoegd om een insolventieprocedure te openen. Bij vennootschappen en rechtspersonen wordt, zolang het tegendeel niet is bewezen, het centrum van de voornaamste belangen vermoed de plaats van de maatschappelijke zetel te zijn. Dit vermoeden geldt alleen indien de maatschappelijke zetel in de 3 maanden voorafgaand aan het aanvragen van de insolventieprocedure niet naar een ander rechtsgebied is overgebracht.

Uit de bij de aangifte van staking van betaling gevoegde notulen van de bijzondere algemene vergadering van 16 februari 2019 en de daaraan gevoegde stukken blijkt dat het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar op een voor derden genoegzaam verifieerbare wijze gelegen is in België en meer in het bijzonder te Gent.

Dit blijkt meer in het bijzonder uit de volgende vaststellingen voortvloeiend uit de neergelegde stukken:

- de enige aandeelhouder is - zoals blijkt uit het aandelenregister - sedert 2014 een Belg, nl. de heer J.P. met adres te St.-M.;

- de publieke jaarrekening wordt ondertekend in België waarbij “Luxembourg” wordt doorstreept en het adres te St.-M. wordt bijgeschreven;

- sedert 26 november 2016 zijn er geen Luxemburgse mandatarissen meer, enkel een Belg, met name de heer J.P., met adres te St.-M.;

- uit het verhoor van de voorheen aangestelde mandataris, meester Dessoy, blijkt dat dit eerder pro forma was, nu zij enkel de opdracht hadden om - op instructie - betalingen uit te voeren, wat ook bevestigd wordt door de correspondentie die in beslag werd genomen;

- belangrijke vermogensrechtelijke transacties, zoals inkoop van aandelenparticipaties, gebeurden bij overeenkomsten opgesteld in het Nederlands, en ondertekend in Gent;

- sedert 20 juli 2018 is er geen officiële zetel meer in Luxemburg en alle publicaties verwijzen naar België;

- de vennootschap is in essentie enkel een holdingvennootschap die aandelenparticipaties aanhoudt in andere vennootschappen, te weten 1) een Belgische NV Van Gogh Promoties, met zetel te Gent, 2) een Spaanse vennootschap met de heer R.P. (zoon van J.P.) als aangestelde bestuurder en met als vast contactpersoon een Belgische dame met Belgisch telefoonnummer en 3) een andere Luxemburgse vennootschap SA Rubeccan, inmiddels in vereffening.

Er is geen sprake van een klassieke commerciële uitbating met cliënteel dat als zodanig de plaats van uitbating zou kunnen herkennen op het grondgebied van Luxemburg. De enige voor derden verifieerbare factoren die het werkelijke centrum van de belangen aanwijzen, zijn de officiële publicaties die van deze vennootschap kunnen worden teruggevonden en die stuk per stuk verwijzen naar België, meer bepaald naar St.-M., de woonplaats van de heer J.P.

In overeenstemming met hogervermelde insolventieverordening en met artikel XX.12 WER is deze rechtbank derhalve bevoegd tot kennisname van de aangifte.

De curatoren over het faillissement van de heer J.P. kregen ingevolge dit faillissement het beheer over al zijn goederen, inclusief over de aandelen van de heer P., hetzij over alle aandelen van de SA La Dorada en de daaraan verbonden lidmaatschapsrechten. Deze curatoren waren derhalve bevoegd om te beraadslagen en te stemmen zoals voorzien in de notulen van de bijzondere algemene vergadering van 16 februari 2019 en om, ingevolge de verleende volmacht op deze vergadering, aangifte te doen van de staking van betaling.

In overeenstemming met artikel XX.99 WER bevindt een onderneming die op duurzame wijze heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is, zich in staat van faillissement.

Uit de actiefzijde van de laatst neergelegde balans per 31 december 2016 blijkt dat de vennootschap enkel over aandelenparticipaties beschikt in derde vennootschappen, een vordering op een derde van 62.325 EUR en een bank- of kastegoed van 7.125 EUR terwijl aan de passiefzijde een binnen het jaar opeisbare schuld bestaat van 5.499.038,79 EUR en een negatief eigen vermogen van 4.376.526,44 EUR. Intussen is meer dan een jaar verstreken sinds de opmaak van deze balans zodat deze vordering op heden zonder meer opeisbaar is geworden terwijl er geen liquide middelen voorhanden blijken te zijn om deze vordering te voldoen.

De voorgelegde stukken en gegevens tonen aan dat aan de drie wettelijke vereisten tot faillietverklaring in hoofde van de SA La Dorada is voldaan, zodat zij in staat van faillissement moet worden verklaard.

Uit de gegevens verstrekt bij de aangifte blijkt dat de vennootschap de betalingen heeft gestaakt op 17 november 2016. Overeenkomstig artikel XX.105 WER wordt de datum van staking van betaling bepaald op 6 maanden voor het vonnis van faillietverklaring.

De beschikbare gegevens laten vermoeden dat het actief van het faillissement ontoereikend zal zijn om de eerste vereffeningskosten te dekken.

3. De beslissing

De rechtbank:

- verklaart SA La Dorada, met zetel in Luxemburg te L-1461 Luxembourg, (…) 27, met voornaamste centrum van belangen te St.-M., met immatriculatienummer in Luxemburg (…), in staat van faillissement, voor de volgende activiteit: holding/participaties;

- bepaalt de datum van staking van betaling in overeenstemming met artikel XX.105 WER op 5 september 2018;

- benoemt de heer Marc Rasschaert, rechter in ondernemingszaken in deze rechtbank, tot rechter-commissaris;

- stelt meester Peter Van Caenegem, advocaat, kantoorhoudende te 9000 Gent, (…) en met e-mailadres: advocaat@(...), aan als curator;

- zegt dat de schuldeisers van de gefailleerde gehouden zijn aangifte van schuldvordering neer te leggen in het Centraal Register Solvabiliteit van de ondernemingsrechtbank Gent, afdeling Gent, binnen de 30 dagen te rekenen vanaf de datum van dit vonnis;

- bepaalt de datum waarop het eerste proces-verbaal van verificatie van schuldvorderingen in het Centraal Register Solvabiliteit moet worden neergelegd op 9 april 2019;

- beveelt dat dit vonnis van faillietverklaring binnen de 5 dagen na zijn dagtekening bij uittreksel in overeenstemming met artikel XX.107 WER wordt bekendgemaakt door de curator in het Belgisch Staatsblad;

- beveelt in overeenstemming met artikel 666 Gerechtelijk Wetboek de kosteloze rechtspleging en duidt in overeenstemming met artikel 685 Gerechtelijk Wetboek gerechtsdeurwaarder Delie & Veys, met standplaats te 9000 Gent, (…), aan om zijn dienst te verlenen;

- verwijst de boedel van het faillissement in de gerechtskosten;

- zegt in overeenstemming met artikel XX.108 WER dat dit vonnis bij voorraad en op de minuut vanaf de uitspraak uitvoerbaar is.