Hof van Cassatie 18 juni 2020
|
KOOP-VERKOOP
Consumentenkoop - Remedies - Hiërarchie - Voorrang herstel en vervanging - Schadevergoeding
De voorrang van het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging geldt niet enkel voor de consument, maar ook voor de verkoper aan wie aldus de mogelijkheid wordt geboden de gebrekkige levering te remediëren.
De appelrechter die de eiseres veroordeelt tot deze schadevergoeding zonder vast te stellen dat aan de eiseres de mogelijkheid werd geboden om zelf tot het kosteloos herstel of de kosteloze vervanging over te gaan, noch vast te stellen dat deze remedies niet meer mogelijk waren, onderling abusief zijn of dat de eiseres deze niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de verweerder heeft verricht, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.
De omstandigheid dat dieren geen zaken zijn, maar wezens met gevoelens en tussen de verweerder en het hondje mogelijk een emotionele band is ontstaan, leidt niet tot een ander oordeel.
|
VENTE
Vente des biens de consommation - Remèdes - Hiérarchie - Priorité de la réparation et le remplacement - Dommages et intérêts
La priorité de la réparation ou du remplacement sans frais ne s'applique pas seulement au consommateur, mais également au vendeur, qui a ainsi la possibilité de remédier à la livraison défectueuse.
Le juge d'appel qui condamne le demandeur aux dommages et intérêts sans établir que le demandeur a eu la possibilité d'effectuer la réparation ou le remplacement sans frais, et sans établir que ces recours n'étaient plus possibles, sont abusifs l'un envers l'autre ou que le demandeur ne les a pas effectués dans un délai raisonnable ou sans inconvénient majeur pour le défendeur, ne justifie pas sa décision conformément à la loi.
Le fait que les animaux ne soient pas des choses, mais des créatures avec des sentiments et qu'un lien émotionnel se soit développé entre le défendeur et le chien ne conduit pas à un jugement différent.
|
Bolkshof BVBA / Y.T.
| Zet.: E. Dirix (sectievoorzitter als voorzitter), K. Mestdagh en G. Jocqué (sectievoorzitters), K. Moens en S. Mosselmans (raadsheren) |
| O.M.: E. Herregodts (advocaat-generaal) |
| Pl.: Mr. J. Verbist |
| Zaak: C.19.0332.N |
| I. | Rechtspleging voor het Hof |
(…)
| II. | Cassatiemiddel |
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
| III. | Beslissing van het Hof |
| Beoordeling |
1. Krachtens artikel 1649quinquies, § 2, Burgerlijk Wetboek heeft de consument in eerste instantie het recht om van de verkoper het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging van het goed te verlangen behalve wanneer zulks onmogelijk of buiten verhouding zou zijn.
Subsidiair is de consument krachtens artikel 1649quinquies, § 3, Burgerlijk Wetboek gerechtigd om van de verkoper een passende prijsvermindering of de ontbinding van de koopovereenkomst te eisen. De consument is hiertoe slechts gerechtigd indien hij geen aanspraak kan maken op herstelling of vervanging, of indien de verkoper niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de consument de herstelling of de vervanging heeft verricht.
De voorrang van het kosteloze herstel of de kosteloze vervanging geldt niet enkel voor de consument, maar ook voor de verkoper aan wie aldus de mogelijkheid wordt geboden de gebrekkige levering te remediëren.
2. Uit het bestreden vonnis blijkt dat:
- de verweerster op 24 augustus 2017 een pup van het ras “Shiba” kocht van de eiseres;
- het diertje kort daarop ziekteverschijnselen vertoonde;
- vaststaat dat de eiseres “een gebrekkig dier heeft verkocht aan de [verweerder]”;
- de verweerder op 26 en 29 augustus 2017 een dierenarts consulteerde;
- de gezondheidstoestand verslechterde en de verweerder de pup op 2 september 2017 liet opnemen in een dierenkliniek;
- de verzorgingskosten 1.685,34 euro beliepen;
- de verweerder de eiseres op 8 september 2017 in gebreke stelde wegens koopvernietigende gebreken en in een later schrijven tevens aanspraak maakte op schadevergoeding ten belope van 1.893,20 euro;
- de eerste rechter de vordering tot schadevergoeding van de verweerder gegrond verklaarde;
- de appelrechter het hoger beroep van de eiseres afwijst omdat te dezen er sprake is van “een levend consumptiegoed” en aan de verweerder niet kan worden verweten met het zieke dier een dierenarts en een dierenkliniek te hebben opgezocht.
4. De appelrechter die de eiseres veroordeelt tot deze schadevergoeding zonder vast te stellen dat aan de eiseres de mogelijkheid werd geboden om zelf tot het kosteloos herstel of de kosteloze vervanging over te gaan, noch vast te stellen dat deze remedies niet meer mogelijk waren, onderling abusief zijn of dat de eiseres deze niet binnen een redelijke termijn of zonder ernstige overlast voor de verweerder heeft verricht, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. De omstandigheid dat dieren geen zaken zijn, maar wezens met gevoelens en tussen de verweerder en het hondje mogelijk een emotionele band is ontstaan, leidt niet tot een ander oordeel.
Het middel is gegrond.
Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de vordering tot schadevergoeding van de verweerder gegrond verklaart en oordeelt over de kosten.
(…)

