Article

Hof van Cassatie (1e k.), 22/01/2021, C.19.0417.N, R.D.C.-T.B.H., 2021/6, p. 777-778

Hof van Cassatie 22 januari 2021

INSOLVENTIE
Faillissement - Vereffening - Uitdeling aan de schuldeisers - Echtscheiding - Huwelijksvermogen
Wanneer het faillissement wordt uitgesproken na het ogenblik waarop de echtscheiding gevolgen heeft ten aanzien van derden, moet in eerste instantie de huwelijksgemeenschap worden vereffend en verdeeld, waarna het netto-aandeel van de gefailleerde echtgenoot aan de curator dient te worden overgemaakt.
INSOLVABILITÉ
Faillite - Liquidation - Répartition aux créanciers - Divorce - Régime matrimonial
Si la faillite est prononcée après le moment où le divorce a des conséquences pour des tiers, il y a lieu, dans un premier temps, de liquider et de partager la communauté matrimoniale, après quoi la part nette de l'époux failli doit être remise au curateur.

A.B. / H.D., B.G. e.a.

Zet.: E. Dirix (sectievoorzitter als voorzitter), K. Mestdagh (sectievoorzitter), B. Wylleman, K. Moens en S. Mosselmans (raadsheren)
O.M.: R. Mortier (advocaat-generaal)
Pl.: Mr. J. Verbist
Zaak: C.19.0417.N

(…)

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 28 juni 2019.

Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 5 juni 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling

1. Krachtens artikel 1427 Burgerlijk Wetboek, wordt het wettelijk stelsel ontbonden door het overlijden van een der echtgenoten, de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed, de gerechtelijke scheiding van goederen of nog de overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel.

Door de ontbinding van een huwelijksvermogensstelsel met een gemeenschap van goederen, ontstaat tussen de gewezen echtgenoten een postcommunautaire onverdeeldheid, die de goederen bevat die deel uitmaakten van de gemeenschap op het ogenblik waarop de ontbinding van het huwelijk tussen de echtgenoten terugwerkt, evenals de vruchten die deze goederen nadien hebben opgebracht.

Krachtens artikel 1430, eerste lid Burgerlijk Wetboek heeft de ontbinding van het stelsel de vereffening en verdeling tot gevolg.

Volgens artikel 1430, tweede en derde lid Burgerlijk Wetboek wordt vooraf voor elke echtgenoot een rekening opgemaakt van de vergoedingen tussen het gemeenschappelijk vermogen en het eigen vermogen. Vervolgens wordt overgegaan tot de verrekening van de lasten en de verdeling van de netto-baten.

Uit deze bepalingen volgt dat wanneer een goed wordt verkocht dat tot de postcommunautaire onverdeeldheid behoort, de opbrengst daarvan in de onverdeeldheid valt om aldaar voorafgaandelijk aan de regels van de vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap te worden onderworpen.

2. Krachtens artikel 96 faillissementswet, zoals hier van toepassing, kunnen de curators de roerende en onroerende goederen uit het eigen vermogen van een gefailleerde echtgenoot zowel als uit hun gemeenschappelijk vermogen verkopen zonder de voorafgaande toestemming van de andere echtgenoot of de rechterlijke machtiging, voorgeschreven bij de artikelen 215, § 1, 1418 en 1420 Burgerlijk Wetboek.

3. Krachtens artikel 1278, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing, heeft het vonnis of arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, ten aanzien van derden gevolg vanaf de melding van dit vonnis of arrest op de huwelijksakte of vanaf de dag van de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

4. Uit alle voormelde bepalingen volgt dat:

- wanneer het faillissement wordt uitgesproken vooraleer de echtscheiding gevolgen heeft ten aanzien van derden, de faillissementsboedel benevens het eigen vermogen van de echtgenoot-gefailleerde ook de volledige huwelijksgemeenschap omvat en dat de tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen door de curator te gelde dienen te worden gemaakt ten behoeve van de faillissementsschuldeisers, rekening houdend met de regels in verband met de verhaalbaarheid van schulden ten aanzien van echtgenoten;

- wanneer het faillissement daarentegen wordt uitgesproken na het ogenblik waarop de echtscheiding gevolgen heeft ten aanzien van derden, in eerste instantie de huwelijksgemeenschap moet worden vereffend en verdeeld, waarna het netto-aandeel van de gefailleerde echtgenoot aan de curator dient te worden overgemaakt.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de eiseres en de tweede verweerder gehuwd waren onder het wettelijk stelsel;

- de eiseres en de tweede verweerder in 2006 een appartement hebben gekocht, elk voor de helft in blote eigendom, samen met G. Interieur BV als vruchtgebruiker;

- de eiseres en de tweede verweerder in 2012 uit de echt zijn gescheiden;

- de eiseres, de tweede verweerder en G. Interieur BV bij vonnis van 2 mei 2014 van de vrederechter van het 3de kanton te Brugge solidair veroordeeld werden tot het betalen aan de eerste in gemeenverklaring opgeroepen partij van een bedrag van 3.450,06 euro vermeerderd met de interest;

- de eerste in gemeenverklaring opgeroepen partij op 11 juni 2015 uitvoerend beslag heeft laten leggen op voormeld appartement;

- het appartement op 3 maart 2016 openbaar verkocht werd voor een bedrag van 285.500 euro;

- op het ogenblik van de verkoop de vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap nog niet had plaatsgevonden;

- de tweede verweerder op 3 november 2016 failliet werd verklaard.

6. De appelrechters die oordelen dat het bedrag van 113.393,69 euro, zijnde een deel van de opbrengst van het appartement dat tot de postcommunautaire onverdeeldheid behoorde, aan de curator moet worden overgemaakt, zonder dat de vereffening en verdeling van de huwelijksgemeenschap moet worden afgewacht, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.