Article

Rechtbank Gelderland (zittingsplaats) Arnhem (Nederland), 21/10/2020, R.D.C.-T.B.H., 2021/8, p. 1069-1070

Rechtbank Gelderland (zittingsplaats) Arnhem (Nederland) 21 oktober 2020

LENING
Algemeen - Geldlening met borgtocht - Parallelle schuld (parallel debt) - Geldigheid
Een leningsovereenkomst kan gepaard gaan met de creatie van een parallelle schuld (parallel debt) ten voordele van een zekerheidsagent. Wanneer deze parallel debt gewaarborgd is door een borgtocht, en de schuld onbetaald blijft, kan de zekerheidsagent de vordering uit de parallel debt opeisen en de borg tot betaling aanspreken.
PRÊT
Généralités - Prêt d'argent avec caution - Dette parallèle (parallel debt) - Validité
Un contrat de prêt peut aller de pair avec la création d'une dette parallèle au profit d'un agent de sûreté. Lorsque cette dette parallèle est garantie par un cautionnement et que la créance reste impayée, l'agent de sûreté peut réclamer la créance découlant de la dette parallèle et appeler la caution en paiement.

Stichting Zekerhedenagent Collin Crowdfund / X

Zet.: M.S.T. Belt
Zaak: 366884

(…)

2. De feiten

2.1. Collin Crowdfund NV (hierna: Collin Crowdfund) is een bemiddelaar die via een online platform vraag en aanbod van kapitaal bij elkaar brengt, met als beoogd resultaat het tot stand komen van leningsovereenkomsten tussen meerdere (anonieme) investeerders en geldnemers. In 2016 heeft Collin Crowdfund in die hoedanigheid bemiddeld in de totstandkoming van een overeenkomst van geldlening (…) tussen enerzijds (naam 1) (hierna: de VOF) en haar vennoten de heer (naam 2) en mevrouw (naam 3) als geldnemers en anderzijds een groep (anonieme) investeerders als geldgevers en zekerhedenagent handelend als hun zekerheden­agent. Op grond van deze leningsovereenkomst hebben de investeerders een bedrag van € 450.000,00 aan de VOF en haar vennoten ter beschikking gesteld. In artikel 5.4. van de leningsovereenkomst zijn de VOF en haar vennoten daarnaast een parallelle schuld van € 450.000,00 aan zekerhe­denagent aangegaan.

2.2. Als zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van de VOF en haar vennoten hebben [gedaagde] en zijn echtgenote, de ouders van de vennoten, op 9 januari 2017 een derdenhypotheek aan zekerhedenagent verstrekt op het onroerend goed gelegen aan de (adres) voor een bedrag van € 450.000,00.

2.3. Op enig moment eind 2018 is een deel van de activa van de VOF overgenomen door (naam 4) (hierna: (naam 4)), een vennootschap van [gedaagde], en werd er niet meer voldaan aan de betalingsverplichtingen onder de leningsovereenkomst. De VOF is vervolgens op 8 januari 2019 door de rechtbank Gelderland in staat van faillissement verklaard.

2.4. Zekerhedenagent en Collin Crowdfund hebben de leningsovereenkomst naar aanleiding daarvan opgezegd en de geldlening en parallelle schuld opgeëist. Zekerheden­agent heeft daarnaast ook [gedaagde] en zijn echtgenote op basis van de door hen verschafte zekerheid gesommeerd aan de daaruit voor hen voortvloeiende betalingsverplichtingen te voldoen. Vervolgens heeft een overlegtraject plaatsgevonden waarbij zekerhedenagent, Collin Crowdfund, de vennoten en [gedaagde] tot overeenstemming zijn gekomen over voortzetting van de oorspronkelijke leningsovereenkomst onder aangepaste (aanvullende) voorwaarden.

2.5. Op 23 juli 2019 is de “Akte wijziging leningsvoorwaarden leningnummer (nummer)” (hierna: gewijzigde akte) tot stand gekomen tussen enerzijds de voormalige vennoten van de VOF, (naam 4) en (naam 5) (hierna: de holding) en anderzijds de investeerders en zekerhedenagent handelend ten behoeve van zichzelf, Collin Crowdfund en de Stichting Collin Crowdfund. In deze gewijzigde akte is de hoogte van de reeds in 2016 verstrekte geldlening ongewijzigd gebleven en zijn enkel aanvullende afspraken gemaakt over de (zekerheid tot) terugbetaling daarvan. Op dezezelfde datum hebben (naam 4) en de holding in verband daarmee zich hoofdelijk als medeschuldenaren verbonden voor de geldlening aan zekerhedenagent en de investeerders. Vanaf dat moment zijn (naam 4), de holding en de voormalige vennoten allen hoofdelijk debiteur onder de leningsovereenkomst geworden.

2.6. Eveneens op 23 juli 2019 heeft [gedaagde] aan zekerhedenagent, handelend ten behoeve van zichzelf, Collin Crowdfund en de investeerders, een borgtocht van € 50.000,00 afgegeven strekkende tot zekerheid voor de nakoming van alle vanaf dat moment bestaande verplichtingen onder de leningsovereenkomst.

2.7. Vanaf eind 2019 worden de uit de leningsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen niet volledig en correct nagekomen. Na diverse sommaties tot betaling heeft [gedaagde] bij e-mailbericht van 30 januari 2020 namens de debiteuren kenbaar gemaakt niet aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen en bezig te zijn met een volledige herstructurering van de financiën.

2.8. Bij brief van 31 januari 2020 hebben zekerhedenagent en Collin Crowdfund de leningsovereenkomst met onmiddellijke ingang opgezegd en zijn de geldleningen opgeëist. Bij afzonderlijke brief van dezelfde datum heeft zekerheden­agent [gedaagde] onder de borgtocht aangesproken voor het geval niet binnen de gestelde termijn aan de betalingsverplichting voor wat betreft de parallelle schuld aan zekerhedenagent zou worden voldaan.

2.9. De opgeëiste geldleningen, waaronder de parallelle schuld aan zekerhedenagent, zijn tot op heden niet terugbetaald en [gedaagde] heeft tot op heden niet aan zijn betalingsverplichting onder de borgtocht voldaan.

2.10. Op 12 februari 2020 is aan zekerhedenagent verlof verleend voor het leggen van conservatoir beslag op de vastgoedportefeuille van [gedaagde]. Zekerhedenagent is vervolgens tot beslaglegging onder vijf onroerende zaken van [gedaagde] overgegaan.

2.11. [Gedaagde] heeft in kort geding gevorderd om het conservatoir beslag op te heffen. Op 14 mei 2020 is die vordering door de voorzieningenrechter van deze rechtbank afgewezen.

3. Het geschil

3.1. Zekerhedenagent vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 51.542,75, vermeerderd met rente, beslagkosten en proceskosten.

3.2. Zekerhedenagent legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Volgens zekerhedenagent is niet voldaan aan de verplichtingen uit de geldleningsovereenkomst en de parallelle schuld waardoor zekerhedenagent nu [gedaagde] als borg kan aanspreken tot betaling van een bedrag van € 50.000,00. Verder vordert zekerhedenagent betaling van een bedrag van € 1.542,75 aan buitengerechtelijke incassokosten.

(…)

4. De beoordeling

(…)

Opeisbaarheid van de borgstelling

4.3. Ten aanzien van de opeisbaarheid van de zakelijke borgstelling geldt het volgende. Vaststaat dat de leningsovereenkomst met gewijzigde voorwaarden op 31 januari 2020 is opgezegd, nadat het Collin Crowdfund en zekerhedenagent eind 2019 was gebleken dat de debiteuren niet langer correct aan hun betalingsverplichtingen voldeden en [gedaagde] namens hen bij e-mailbericht van 30 januari 2020 had aangegeven dat zij feitelijk ook niet aan die verplichtingen konden voldoen. Nu betaling van de opgeëiste geldlening en parallelle schuld ondanks diverse sommaties was uitgebleven, kon zekerhedenagent de aan haar verstrekte zekerheid tot voldoening van (ook) de parallelle schuld aanspreken en in verband daarmee de borgstelling van [gedaagde] innen.

4.4. Het betoog van [gedaagde] dat zekerhedenagent geen zelfstandige vordering heeft op [gedaagde], omdat de lening is aangegaan met Collin Crowdfund en niet met zekerheden­agent, kan de rechtbank niet volgen. De grondslag van de vordering van zekerhedenagent berust immers op de hiervoor besproken zakelijke borgstelling. Doordat de verplichtingen uit de leningsovereenkomst en de parallelle schuld niet zijn nagekomen, is zekerhedenagent gerechtigd om de borg, [gedaagde], aan te spreken. [Gedaagde] heeft verder nog aangevoerd dat [gedaagde] niet in verzuim kan komen richting zekerhedenagent, omdat [gedaagde] richting zekerhedenagent geen afzonderlijke prestatie hoeft te verrichten. Dit verweer kan gelet op het voorgaande ook niet slagen. De prestatie die [gedaagde] richting zekerhedenagent moet verrichten is immers het betalen van een geldsom op grond van de borgstelling.

4.5. Gelet op het voorgaande staat vast dat zekerhedenagent [gedaagde] kan aanspreken op grond van de borgstellingsovereenkomst en dat de borgstelling opeisbaar is. [Gedaagde] heeft een aantal verweren gevoerd op grond waarvan hij niet gehouden zou zijn om tot betaling over te gaan. Het verweer ten aanzien van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is ter zitting door [gedaagde] ingetrokken. De overige verweren worden hierna besproken.

(…)

5. De beslissing

De rechtbank (…)

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 50.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 11 februari 2020 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde] om aan zekerhedenagent te betalen een bedrag van € 1.542,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling.