Article

Cass. (1e k.), 14/11/2019, C.18.0600.N, R.D.C.-T.B.H., 2020/3, p. 321-322

Cass. 14 november 2019

TUSSENPERSONEN
Handelsagentuur - Eenzijdige beëindiging wegens ernstige tekortkoming - Termijn van kennisgeving
Artikel X.17 Wetboek economisch recht bepaalt dat elke partij, onverminderd alle schadeloosstellingen, de handelsagentuurovereenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn kan beëindigen, wanneer uitzonderlijke omstandigheden elke professionele samenwerking tussen de principaal en de handelsagent definitief onmogelijk maken of wanneer de andere partij ernstig tekortkomt in haar verplichtingen. Deze beëindiging mag niet meer plaatsvinden als het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste 7 werkdagen bekend is. Enkel het tijdstip waarop het bestaan en de ernst van de feiten bekend is aan de partij die zich erop beroept, is hierbij bepalend, niet dat waarop die partij zich daarvan rekenschap had kunnen geven.
INTERMÉDIAIRES COMMERCIAUX
Agence commerciale - Résiliation unilatérale pour faute grave - Délai de notification
L'article X.17 du Code de droit économique dispose que chacune des parties peut, sous réserve de tous dommages et intérêts, résilier le contrat d'agence commerciale sans préavis ou avant l'expiration du terme, lorsque des circonstances exceptionnelles rendent définitivement impossible toute collaboration professionnelle entre le commettant et l'agent ou en raison d'un manquement grave de l'autre partie à ses obligations. Cette résiliation ne peut plus avoir lieu si le fait justifiant la résiliation est connu depuis 7 jours ouvrables au moins. Seul le moment où l'existence et la gravité des faits est connue de la partie qui les invoque est déterminant, non le moment auquel cette partie aurait dû en avoir connaissance.

ING België / De Nys BVBA en F.D.

Zet.: A. Smetryns (sectievoorzitter)
O.M.: R. Mortier (advocaat-generaal)
Pl.: Mrs. P. Lefebvre en C. De Baets
Zaak: C.18.0600.N

(…)

4. Artikel 19, eerste lid van de wet handelsagentuurovereenkomst bepaalt dat elke partij, onverminderd alle schadeloosstellingen, de overeenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn kan beëindigen, wanneer uitzonderlijke omstandigheden elke professionele samenwerking tussen de principaal en de handelsagent definitief onmogelijk maken of wanneer de andere partij ernstig tekort komt aan haar verplichtingen.

Het tweede lid van het voormelde artikel bepaalt dat de overeenkomst niet meer kan worden beëindigd zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn, wanneer het feit ter rechtvaardiging hiervan sedert ten minste 7 werkdagen bekend is aan de partij die zich erop beroept.

5. Het feit dat aanleiding geeft tot beëindiging zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn van de handelsagentuurovereenkomst overeenkomstig voormeld artikel 19, tweede lid, is bekend aan de partij die zich erop beroept, wanneer deze omtrent het bestaan van het feit en de omstandigheden die daarvan een reden tot beëindiging zonder opzegging kunnen maken, voldoende zekerheid heeft om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen, inzonderheid voor haar eigen overtuiging en tevens tegenover de andere partij en het gerecht.

Enkel het tijdstip waarop het bestaan en de ernst van de feiten bekend is aan de partij die zich erop beroept, is hierbij bepalend, niet dat waarop die partij zich hiervan rekenschap had kunnen geven. Indien het verkrijgen van een voldoende zekerheid het instellen van een onderzoek vereist, is de enkele omstandigheid dat dit onderzoek eerder had kunnen worden ingesteld en afgerond evenmin voldoende om tot laattijdigheid te besluiten.

6. De appelrechter oordeelt dat:

- het “in het geheel niet geloofwaardig [is] dat [de eiseres] […] niet vóór 1 februari 2013 voldoende kennis had van deze feiten en omstandigheden, die zij later inriep ter rechtvaardiging van de onmiddellijke verbreking van de handelsagentuurovereenkomst”;

- het immers vaststaat dat de eiseres “reeds op 16 januari 2013 kennisnam van de feiten die ter rechtvaardiging van de onmiddellijke verbreking van de handelsagentuur werden ingeroepen via een brief van diezelfde datum”;

- “deze feiten onmiddellijk binnen de administratie van de bank gecontroleerd [konden] worden en [de eiseres] […] geen enkele rechtvaardiging voort[brengt] waarom de controle van de feiten meer dan 2 weken in beslag zouden hebben genomen”.

7. De appelrechter die op grond van die redenen beslist dat de eiseres de overeenkomst niet regelmatig heeft beëindigd en die deze onregelmatigheid in werkelijkheid grondt op de omstandigheid dat de eiseres zich eerder rekenschap had kunnen geven van de feiten en de ernst ervan, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

(…)