Article

Derdenbeslag tijdens gerechtelijke reorganisatie kort bekeken, R.D.C.-T.B.H., 2020/6, p. 779-780

BESLAG EN EXECUTIE
Verklaring derde-beslagene - Gerechtelijke reorganisatie
De appelrechters die oordelen dat het aan de bank “in haar hoedanigheid van derde-beslagene geenszins toekwam om het beslag eenvoudig te negeren dan wel dit als onbestaande te beschouwen en eigengereid over te gaan tot afgifte van de in beslag genomen gelden onder het motief dat zijzelf van oordeel was dat het beslag in strijd met artikel 31 WCO werd gelegd”, dat “de inbreuk op artikel 31 WCO” vanwege de beslagleggers een en ander onverlet laat en dat de bank “in haar hoedanigheid van derde-beslagene de rechtmatigheid van het beslag niet in vraag kan stellen en […] zich op zijn minst tot de bevoegde beslagrechter had moeten wenden” en op die gronden de eiseres veroordelen op grond van artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek tot de oorzaken van het beslag, verantwoorden hun beslissing naar recht.
De gehele of gedeeltelijke veroordeling tot de oorzaken van het beslag krachtens artikel 1451 Gerechtelijk Wetboek is een privaatrechtelijke sanctie die kan worden opgelegd aan de derde-beslagene die door zijn doen of nalaten de werking van het beslag dwarsboomt. De rechter beschikt voor het opleggen van deze sanctie over een beoordelings- en matigingsbevoegdheid en kan, in uitzonderlijke gevallen beslissen, om hetzij deze sanctie niet op te leggen, hetzij deze te matigen.
SAISIES ET VOIES D'EXÉCUTION
Déclaration du tiers saisi - Réorganisation judiciaire
Les juges d'appel qui ont jugé qu'« en sa qualité de tiers saisi, il n'appartenait nullement à la banque d'ignorer simplement la saisie ou de la considérer comme inexistante et de procéder à la remise des fonds saisis au motif qu'elle considérait elle-même la saisie comme contraire à l'article 31 de la loi sur la continuité des entreprises », que la « violation de l'article 31 de la loi sur la continuité des entreprises » par la partie saisissante ne change rien à ce principe » et que la banque « ne pouvait, en sa qualité de tiers saisi, contester la légalité de la saisie et [...] aurait dû au moins saisir le juge des saisies compétent » et, qui sur cette base, condamnent le demandeur, sur la base de l'article 1451 du Code judiciaire, aux causes de la saisie, justifient leur décision en droit.
La condamnation totale ou partielle aux causes de saisie en vertu de l'article 1451 du Code judiciaire est une sanction de droit privé qui peut être infligée à un tiers saisi qui, par ses actes ou omissions, entrave le fonctionnement de la saisie. Pour l'imposition de cette sanction, le juge dispose d'un pouvoir d'appréciation et de modération et peut, dans des cas exceptionnels, décider soit de ne pas imposer cette sanction, soit de la modérer.
Derdenbeslag tijdens gerechtelijke reorganisatie kort bekeken
Inge Van de Plas [1]

1.Een beslag onder derden start steeds met een schuldeiser (A.) die een schuldvordering heeft op schuldenaar (B.). Wanneer bovendien schuldenaar (B.) een schuldvordering heeft op een andere schuldenaar (C.), dan kan schuldeiser (A.) beslag onder derden leggen in handen van schuldenaar (C.). [2]

Eens dit beslag onder derden is gelegd, dan kan de derde-beslagene het voorwerp van dit beslag niet meer uit handen geven. [3] Doet de derde-beslagene dit wel, dan kan de derde-beslagene als schuldenaar worden verklaard van de oorzaken van het beslag. [4]

2.In casu hadden schuldeisers in handen van bank ING (hierna, derde-beslagene) derdenbeslag gelegd ten laste van een vennootschap die zich in een procedure van gerechtelijke reorganisatie bevond. De derde-beslagene legde een verklaring van derde-beslagene af [5], maar liet eveneens weten dat ten gevolge van de onrechtmatigheid van het beslag zij de rekening zouden vrijgeven. De derde-beslagene baseerde de onrechtmatigheid van het beslag op de bepaling die stelt dat tijdens de duur van de opschorting geen enkel middel van tenuitvoerlegging kan worden aangewend voor schuldvorderingen in de opschorting [6] en dat tijdens de opschorting geen enkele vorm van beslag kan worden gelegd. [7] Bijgevolg maakte de vennootschap gebruik van de rekening waardoor het saldo aanzienlijk reduceerde. Hierop stelden de schuldeisers-beslagleggers een vordering in om de derde-beslagene als schuldenaar te laten verklaren van de oorzaak van het beslag.

3.Het hof van beroep en het Hof van Cassatie gaan akkoord met de vordering van de beslagleggers. Het is immers zo dat de derde-beslagene fungeert als een neutrale partij ten aanzien van het beslag. De derde-beslagene kan rechtsmiddelen inzetten tegen het derdenbeslag [8] om de formele geldigheid van het beslag te betwisten. [9] De beslagrechter zal dan over de mogelijke onrechtmatigheid van het beslag beslissen en de derde-beslagene mag enkel de gelden vrijgeven nadat de beschikking betreffende opheffing aan de derde-beslagene is betekend. [10]

Het feit dat het in casu ging om een beslag gelegd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie veranderde niets aan deze situatie. Het is zo dat tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie geen middelen van tenuitvoerlegging mogen worden voortgezet of aangewend. Echter, zoals het hof van beroep en het Hof van Cassatie opmerken, dit wil niet zeggen dat de derde-beslagene het beslag gewoon kan negeren en de gelden alsnog kan vrijgeven. Net zoals bij problemen omtrent de formele geldigheid, zal de derde-beslagene zich moeten wenden tot de bevoegde beslagrechter om de rechtmatigheid van het beslag te beoordelen. Omdat de derde-beslagene dit niet heeft gedaan en eigengereid is overgegaan tot de vrijgave van de gelden, is de beslissing van het hof van beroep om de derde-beslagene als schuldenaar van de oorzaak van het beslag te verklaren verantwoord naar recht.

Dit is een bittere pil voor de derde-beslagene. Indien de derde-beslagene gewoon had afgewacht of om een beschikking van de beslagrechter had gevraagd, dan had de beslagene op basis daarvan de gelden aan de juiste partij kunnen vrijgeven. Echter, doordat de derde-beslagene zelf het initiatief tot vrijgave heeft genomen, wordt de derde-beslagene nu als schuldenaar bestempeld terwijl de werkelijke schuldenaar de beslagen gelden heeft gekregen en voor andere doeleinden heeft gebruikt.

4.Het Hof van Cassatie is zich ook bewust van de zwaarte van deze straf en bevestigt de bevoegdheid van de rechter om deze private burgerlijke straf [11] te matigen en zelfs, in uitzonderlijke gevallen, niet op te leggen. [12] Zo heeft het Hof reeds in het verleden geoordeeld dat deze sanctie niet strekt tot vergoeding van schade [13] en een facultatief karakter heeft. [14] Hierbij kan de rechter rekening houden met de nalatigheid, de mogelijke kwade trouw van de derde-beslagene [15] of het feit dat de beslaglegger geen schade heeft geleden door de handelingen van de derde-beslagene. [16] Het Hof van Cassatie beschikt bovendien over een marginaal toetsingsrecht met betrekking tot de mogelijke onevenredigheid tussen de zwaarte van de inbreuk en de opgelegde sanctie. Bijgevolg is het Hof van Cassatie van oordeel dat de beslissing van het hof van beroep om de sanctie niet te matigen nadat is vastgesteld dat het beslag in strijd was met artikel 31 WCO, niet verantwoord is naar recht.

[1] Mandaatassistent Insolventierecht, Universiteit Antwerpen.
[2] Art. 1445 Ger.W.
[3] G. de Leval, Droit judiciaire, tome 2, Bruxelles, Larcier, 2015, 1310.
[4] Art. 1451 Ger.W. Zie ook E. Dirix, “Beslag” in Algemene praktische rechtsverzameling, 4de ed., Mechelen, Wolters Kluwer, 2018, 461.
[5] Art. 1452 Ger.W.
[6] Art. 30 WCO, thans art. XX.50 WER.
[7] Art. 31 WCO, thans art. XX.51, § 1 WER.
[8] E. Dirix, “Beslag” in Algemene praktische rechtsverzameling, 4de ed., Mechelen, Wolters Kluwer, 2018, 450 en 458.
[9] Let wel op, de derde-beslagene mag het beslag niet aanvechten omdat de beslaglegger niet over een schuldvordering beschikt die het beslag zou wettigen. Zie Cass. 4 juni 2018, RABG 2018, 1686; E. Dirix, “Beslag” in Algemene praktische rechtsverzameling, 4de ed., Mechelen, Wolters Kluwer, 2018, 450 en 460.
[10] Gent 30 juni 1999, RW 2000-01, 557, noot F. Snoeck.
[11] G. Van den Bergh, “De schuldenaarsverklaring van de derde-beslagene als private burgerlijke straf (noot onder Antwerpen 4 oktober 2011)”, TBBR, 2013/4, (223) 224.
[12] Zie ook G. de Leval, Droit judiciaire, tome 2, Bruxelles, Larcier, 2015, 1312-1313.
[13] Cass. 4 oktober 2001, RW 2002-03, (292) 292.
[14] Cass. 26 april 2002, RW 2002-03, (1220) 1221, noot A. De Wilde.
[15] Antwerpen 21 november 2006, RW 2007-08, (657) 657.
[16] Cass. 24 april 2008, Arr.Cass.2008, (1012) 1013.