|
VERZEKERINGEN
Landverzekering - Schadeverzekering - Zaakverzekering - Verzekering alle bouwplaatsrisico - Begrip beschadiging van een verzekerd bouwwerk - Bewijslast
Krachtens artikel 1315 BW behoort het aan de verzekerde die uitvoering van de verbintenis vordert om het bestaan van het schadegeval te bewijzen en om aan te tonen dat dit schadegeval binnen de dekking valt, zoals het voortvloeit uit de contractuele omschrijving van het risico. Vervolgens is het aan de verzekeraar om het bestaan van de ingeroepen uitsluitingsgrond te bewijzen of om aan te tonen dat de voorwaarden van een verval van recht op dekking verenigd zijn.
De beschadiging van het verzekerd bouwwerk is een essentieel element van de omschrijving van het risico en moet worden bewezen door de verzekerde.
Onder het begrip beschadiging moet naar algemeen spraakgebruik begrepen worden als “al wat de gaafheid van iets tenietdoet en (daardoor) de waarde ervan vermindert”.
Pas na het betonneren van de vloerplaten aan de centrale koker komt er een gave vloerstructuur tot stand die, voor wat de vloerplaten op de verdiepingen betreft, voor beschadiging in de zin van de ABR-verzekeringsovereenkomst in aanmerking komt. Technisch gezien konden de vloerplaten nooit gaaf zijn zonder hechting aan de centrale koker.
|
ASSURANCES
Assurance terrestre - Assurance de dommages - Assurance de choses - Assurance tous risques chantier - Notion de dommage à un ouvrage assuré - Charge de la preuve
En vertu de l'article 1315 C. civ., il appartient à l'assuré qui réclame l'exécution de l'obligation de prouver l'existence du sinistre et de prouver que ce sinistre entre dans le champ d'application de la garantie, tel qu'il résulte de la description contractuelle du risque. Ensuite, il appartient à l'assureur de prouver l'existence du motif d'exclusion invoqué ou de prouver que les conditions d'une déchéance du droit à la couverture sont réunies.
L'endommagement de l'ouvrage assuré est un élément essentiel de la définition du risque et doit être prouvé par l'assuré.
Le concept de dommage doit être compris dans le langage courant comme « tout ce qui détruit l'intégrité d'une chose et (par conséquent) réduit sa valeur ».
En ce qui concerne les plaques de sol aux étages, ce n'est qu'après le bétonnage des plaques de sol à la gaine centrale qu'il y a une véritable structure qui peut être sujette à détérioration au sens du contrat d'assurance TRC. D'un point de vue technique, les plaques de sol ne pourraient jamais être entièrement finalisées sans fixation à la gaine centrale.
|
Dit arrest van het hof van beroep te Brussel van 5 maart 2020 bevestigt de stelling van de meerderheid van de rechtsleer en het standpunt van de FSMA inzake de bewijslast in verzekeringen en in het bijzonder dat de bewijslast van de uitsluiting op de verzekeraar rust (zie o.m. met verwijzingen, C. Van Schoubroeck, J. Amankwah, T. Meurs en N. Glibert, “Overzicht van rechtspraak. Wet op de landverzekeringsovereenkomst (2004-2015)”, TPR 2016, 686-694, 829-833; FSMA Standpunt 2020, 13 juli 2020). Vanaf 1 november 2020 wordt artikel 1315 BW vervangen door artikel 8.4 NBW met een duidelijkere formulering van de regels (zie o.m. M. Fontaine, “Réformes du droit de la preuve et droit des assurances”, For.Ass. 2019, afl. 196, 113-118).
Voorts doet het arrest uitspraak over het begrip “beschadiging van het verzekerde bouwwerk”, kernbegrip in de zgn. afdeling 1 zaakverzekering in de ABR-verzekering. Bij gebrek aan een omschrijving in de ABR-verzekeringsovereenkomst, steunt dit arrest op de interpretatie van het begrip beschadiging in het algemeen spraakgebruik en komt tot de beoordeling dat in casu het bouwwerk nooit gaaf is geweest. Deze beslissing ligt in de lijn van de interpretatie die algemeen wordt gegeven aan het begrip “beschadiging(en)” in de niet-bindende standaardvoorwaarden 1995 van Assuralia en het begrip “materiële schade” in de niet-bindende standaardvoorwaarden 2012 van Assuralia (www.assuralia.be/images/docs/werking-verzekering_ fonctionnement-assurance/Niet-bindende-standaardverzekeringsvoorwaarden_Conditions-standards-dassurance-non-contraignantes/ABR_NL_jan2012.pdf).
Materiële schade en beschadiging in de zin van een ABR-verzekering betekent: (i) er moet “iets kapot” zijn en dit moet tot schade hebben geleid en (ii) de zaak moet eerst gaaf geweest zijn. Bovendien moet niet het gehele bouwwerk afgewerkt zijn maar kunnen bouwdelen die een afgeronde werkingsfase hebben ondergaan in aanmerking komen voor beschadiging in de zin van de ABR-verzekering.
Zie meer uitvoerig over de ABR-verzekering o.m. T.J. Dorhout Mees, De CAR-verzekering, Recht en Praktijk nr. VR7a, Deventer, Wolters Kluwer, 2019, 444 p.; L. Schuermans en C. Van Schoubroeck, “Alle bouwplaatsrisico-verzekering in a coconut shell”, T.Verz. 2020, 332-366; H. De Rode, Contrats d'assurances particuliers, Brussel, Larcier, 2017, 112-119, 184-194 (tiré à part du Répertoire notarial); A. Delvaux en R. Simar, “Les assurances de la construction: risques couverts et responsabilités” in Les ateliers des FUCaM (ed.), Assurances de la construction et responsabilités , Limal, Anthemis, 2014, 49-68; A. Delvaux, R. Simar en J. Bockourt,“La T.R.C., une couverture sans risque?” in Liber amicorum Noel Simar, Limal, Anthemis, 2013, 395-416; B. Weyts en K. Troch, “Bouwen en verzekeringsrecht” in K. Deketelaere, M. Schoups en A.L. Verbeke (eds.), Handboek bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, 1437-1458; H. de Rode, “L'assurance Tous Risques Chantiers”, Jurim pratique. Revue pratique de l'immobilier 2010, afl. 3, 91-115; S. Busscher, “Subrogatoir verhaal tegen de verzekerde door de ABR-verzekeraar” (noot onder Cass. 24 februari 2017), TBO 2019, 404-409; W. Buelens, “De ABR-verzekering: een verzekering vol (rechts)verval?” (noot onder Brussel 3 november 2017), TBBR 2020, afl. 4, 194-199; A. Delvaux, B. de Cocqeau, F. Pottier en R. Simar, “La responsabilité des professionnels de la construction” in Responsabilités. Traité théorique et pratique, Kluwer, 2009, Livre 23; P.-H. Delvaux, “Quelques observations sur les garanties accordées par les contrats d'assurance 'tous risques chantier'” (noot onder Brussel 17 februari 2010), T.Aann. 2013, afl. 2, 136-145; J. Wildemeersch, noot onder Brussel 17 februari 2010, For.Ass. 2011, 15-17; A. Calvaer, “Observations. Le souscripteur de l'assurance 'TRC' responsable de sa gestion” (noot onder Kh. Brussel 22 oktober 2010), T.Verz. 2012, 106-108.
| [1] | Professor KU Leuven, advocaat. |

