Hof van Cassatie 21 septembre 2020
|
TUSSENPERSONEN (HANDEL)
Concessie - Beëindiging in onderlinge overeenstemming - Wettelijkheid
|
INTERMÉDIAIRES COMMERCIAUX
Concession - Résiliation de commun accord - Licéité
|
Cuijpers NV / Kärcher NV
| Zet.: G. Jocqué (sectievoorzitter als voorzitter), S. Mosselmans en K. Moens (raadsheren) |
| O.M.: H. Vanderlinden |
| Pl.: Mrs. B. Maes en B. Vanlerberghe |
| Zaak : C.19.0510.N |
| I. | Rechtspleging voor het Hof |
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 juni 2009.
De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 mei 2020 verwezen naar de 3de kamer.
Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal H. Vanderlinden heeft geconcludeerd.
| II. | Cassatiemiddel |
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.
| III. | Beslissing van het Hof |
| Beoordeling |
| Derde onderdeel |
1. De dwingende bepalingen van de wet van 27 juli 1961 betreffende de eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop, gewijzigd bij de wet van 13 april 1971, verhinderen niet dat de partijen bij een aan deze wet onderworpen alleenverkoopconcessie van onbepaalde duur hun overeenkomst in onderlinge overeenstemming beëindigen.
Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.
(…)
Dictum
Het Hof,
eenparig beslissend,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eiseres tot de kosten.
Bepaalt de kosten voor de eiseres op 331,48 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat.

