Article

Hof van Cassatie (3e k.), 21/09/2020, C.19.0510.N, R.D.C.-T.B.H., 2021/4, p. 428

Hof van Cassatie 21 septembre 2020

De dwingende bepalingen van de wet van 27 juli 1961 betreffende de eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop, gewijzigd bij de wet van 13 april 1971, verhinderen niet dat de partijen bij een aan deze wet onderworpen alleenverkoopconcessie van onbepaalde duur hun overeenkomst in onderlinge overeenstemming beëindigen.
Les dispositions impératives de la loi du 27 juillet 1961 relative à la résiliation unilatérale des concessions de vente exclusive à durée indéterminée, telle que modifiée par la loi du 13 avril 1971, n'empêchent pas les parties à un contrat de concession de vente exclusive à durée indéterminée soumis à cette loi de résilier leur contrat de commun accord.
TUSSENPERSONEN (HANDEL)
Concessie - Beëindiging in onderlinge overeenstemming - Wettelijkheid
INTERMÉDIAIRES COMMERCIAUX
Concession - Résiliation de commun accord - Licéité

Cuijpers NV / Kärcher NV

Zet.: G. Jocqué (sectievoorzitter als voorzitter), S. Mosselmans en K. Moens (raadsheren)
O.M.: H. Vanderlinden
Pl.: Mrs. B. Maes en B. Vanlerberghe
Zaak : C.19.0510.N
I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 26 juni 2009.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 mei 2020 verwezen naar de 3de kamer.

Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal H. Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Derde onderdeel

1. De dwingende bepalingen van de wet van 27 juli 1961 betreffende de eenzijdige beëindiging van de voor onbepaalde tijd verleende concessies van alleenverkoop, gewijzigd bij de wet van 13 april 1971, verhinderen niet dat de partijen bij een aan deze wet onderworpen alleenverkoopconcessie van onbepaalde duur hun overeenkomst in onderlinge overeenstemming beëindigen.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

(…)

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 331,48 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat.