Cassatie 14 juni 2021
|
BEWIJS VAN VERBINTENISSEN
Regelmatigheid van het bewijs
Behoudens wanneer de wet uitdrukkelijk anders bepaalt, kan het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in burgerlijke zaken slechts worden geweerd indien de bewijsverkrijging de betrouwbaarheid van het bewijs aantast of indien hierdoor het recht op een eerlijk proces in gevaar wordt gebracht.
De rechter dient hierbij rekening te houden met al de omstandigheden van de zaak, waaronder de wijze waarop het bewijs werd verkregen, de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan, de ernst van de onrechtmatigheid en de mate waarin hierdoor het recht van de wederpartij werd geschonden, de bewijsnood van de partij die de onrechtmatigheid beging en de houding van de wederpartij.
|
PREUVE DES OBLIGATIONS
Régularité de la preuve
A moins que la loi ne dispose expressément autrement, l'utilisation de preuves illicitement recueillies en matière civile ne peut être écartée que si l'obtention de preuve porte atteinte à sa fiabilité ou met en péril le droit à un procès équitable.
Ce faisant, le juge tient compte de toutes les circonstances de l'espèce, notamment de la manière dont les preuves ont été recueillies, des circonstances dans lesquelles l'acte illégal a été commis, de la gravité de l'acte illégal et de la mesure dans laquelle il a porté atteinte aux droits de la partie adverse, du besoin de preuve de la partie qui a commis l'acte illégal et de l'attitude de la partie adverse.
|
Dejonckheere NV / D.D. en F.D.
| Zet.: E. Dirix (sectievoorzitter als voorzitter), A. Lievens en S. Mosselmans (rradsheren) |
| O.M.: H. Vanderlinden (advocaat-generaal) |
| Pl.: Mr. J. Verbist |
| Zaak: C.20.0418.N |
| I. | Rechtspleging voor het Hof |
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 17 januari 2020.
De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 11 maart 2021 verwezen naar de 3de kamer.
Sectievoorzitter E. Dirix heeft verslag uitgebracht.
Advocaat-generaal H. Vanderlinden heeft geconcludeerd.
(…)
| III. | Beslissing van het Hof |
| Beoordeling |
1. Behoudens wanneer de wet uitdrukkelijk anders bepaalt, kan het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in burgerlijke zaken slechts worden geweerd indien de bewijsverkrijging de betrouwbaarheid van het bewijs aantast of indien hierdoor het recht op een eerlijk proces in gevaar wordt gebracht.
2. De rechter dient hierbij rekening te houden met al de omstandigheden van de zaak, waaronder de wijze waarop het bewijs werd verkregen, de omstandigheden waarin de onrechtmatigheid werd begaan, de ernst van de onrechtmatigheid en de mate waarin hierdoor het recht van de wederpartij werd geschonden, de bewijsnood van de partij die de onrechtmatigheid beging en de houding van de wederpartij.
3. Uit het arrest blijken de volgende feitelijke gegevens:
- op 7 oktober 2017 kochten de verweerders bij de eiseres een voertuig BMW X5;
- tussen de partijen is betwisting gerezen over de koopprijs;
- op de door de eiseres opgestelde bestelbon werd het bedrag vermeld van 43.500,00 EUR;
- volgens de eiseres berust dit op een materiële vergissing en had de vermelde prijs 53.500,00 EUR moeten zijn;
- de eiseres legt tot bewijs van de waarachtigheid van haar stelling een opname over die werd gemaakt van een telefoongesprek met de verweerder.
4. De appelrechter die deze geluidsopname uit het debat weert als “op onrechtmatige wijze verkregen”, louter omdat de opname “heimelijk is gebeurd”, de partijen “reeds in een geschil waren verwikkeld en er al discussie was gerezen over de verkoopprijs”, het “er sterk op [lijkt] dat bepaalde verklaringen door [de eiseres] werden uitgelokt om zichzelf een bewijs te verschaffen en met de bedoeling om de verklaring tegen [de verweerders] te gebruiken” en “de vordering ook op een andere rechtmatige wijze [kon] worden bewezen”, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht.
Het middel is gegrond.
Dictum
Het Hof
(…)
Vernietigt het bestreden arrest,
(…)
Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

