Article

Hof van Cassatie (1e k.), 16/01/2020, C.19.0294.N, R.D.C.-T.B.H., 2021/6, p. 718-719

Hof van Cassatie 16 januari 2020

INSOLVENTIE
Gerechtelijke reorganisatie algemeen - Begrippen en definities - Pand op alle bestaande en toekomstige schuldvorderingen - Artikel I.22, 14° en 15° WER - Buitengewone schuldeiser in de opschorting
De schuldvordering gewaarborgd door een pand op alle bestaande en toekomstige schuldvorderingen van de schuldenaar, geldt als een buitengewone schuldvordering in de opschorting ten belope van de realisatiewaarde in going concern van deze schuldvorderingen in de zin van artikel I.22, 14° WER voor de uitwerking en stemming van het reorganisatieplan in het kader van een collectief akkoord.
INSOLVABILITÉ
Réorganisation judiciaire en général - Concepts et définitions - Gage général sur créances actuelles et futures - Article I.22, 14° et 15° CDE - Créancier sursitaire extraordinaire
Une créance garantie par un gage sur créances existantes et futures du débiteur doit être considérée comme une créance sursitaire extraordinaire à concurrence de la valeur de réalisation en going concern de ces créances gagées au sens de l'article I.22, 14° CDE pour les besoins de la réalisation et du vote du plan de réorganisation dans le cadre d'un accord collectif.

BNP Paribas Fortis NV / Exponant BVBA

Zet.: E. Dirix (sectievoorzitter als voorzitter), A. Smetryns en K. Mestdagh (sectievoorzitters), B. Wylleman en K. Moens (raadsheren)
O.M.: M. Mortier (advocaat-generaal)
Pl.: Mr. J. Verbist
Zaak: C.19.0294.N
I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 mei 2019.

Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 12 december 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddel

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling

1. Krachtens artikel I.22, 14° Wetboek economisch recht gelden als buitengewone schuldvorderingen in de opschorting onder meer de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn op het ogenblik van de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, door een zakelijke zekerheid. Met het oog op de uitwerking en stemming van het reorganisatieplan is deze schuldvordering slechts buitengewoon ten belope van het bedrag waarvoor, op de dag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, een inschrijving of registratie is genomen, of wanneer geen inschrijving of registratie is genomen, ten belope van de realisatiewaarde in going concern van het goed of indien het onderpand betrekking heeft op specifieke verpande schuldvorderingen, de boekhoudkundige waarde.

2. Krachtens de artikelen 15 en 60 pandwet is een registratie in het pandregister uitgesloten voor een verpanding van schuldvorderingen en is het pandrecht op een schuldvordering tegenwerpelijk aan derden door middel van het bezit van de schuldvordering dat verkregen wordt door het sluiten van de pandovereenkomst.

3. Uit deze bepalingen volgt dat voor de uitwerking en stemming van het reorganisatieplan, een schuldvordering die gewaarborgd is door een pandrecht op schuldvorderingen dient beschouwd te worden als een buitengewone schuldvordering in de opschorting ten belope van de realisatiewaarde in going concern van de verpande schuldvorderingen of indien het onderpand betrekking heeft op een specifieke verpande schuldvordering, ten belope van de boekhoudkundige waarde ervan. Indien aldus de schuldvordering gewaarborgd wordt door een pand op alle bestaande en toekomstige schuldvorderingen van de schuldenaar, dan geldt deze schuldvordering als een buitengewone schuldvordering in de opschorting ten belope van de realisatiewaarde in going concern van deze schuldvorderingen.

4. De appelrechters die vaststellen dat de eiseres beschikt over een pand “op alle bestaande en toekomstige schuldvorderingen” van de verweerster en die oordelen dat aangezien dit pand niet is ingeschreven of geregistreerd, de eiseres slechts aanspraak kan maken op het statuut van buitengewoon schuldeiser in de mate zij beschikt over een pand op een specifieke schuldvordering en zij dientengevolge “slechts te beschouwen is als gewone schuldeiser in de opschorting”, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Dictum

Het middel is gegrond.

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.