Actualiteit

Algemeen handelsrecht

Basisbankdienst voor ondernemingen vanaf 1 mei 2021

Naar het voorbeeld van de basisbankdienst voor consumenten, voert de wet van 8 november 2020 houdende de invoering van bepalingen inzake de basisbankdienst voor ondernemingen in boek VII van het Wetboek van Economisch Recht (“WER”)  ook voor ondernemingen een recht op basisbankdiensten in. De regeling treedt in werking op 1 mei 2021.

Ratio

Het kunnen beschikken over een bankrekening om hiermee betalingsverrichtingen te kunnen doen, is voor een onderneming noodzakelijk om deel te kunnen nemen aan het economisch verkeer. Diverse wettelijke bepalingen verplichten trouwens de onderneming te beschikken over ten bankrekening.

Niettemin is vastgesteld dat sommige ondernemingen moeilijkheden ondervinden om een bankrekening te verkrijgen (o.a. de diamantsector, de horecasector en het tweede kans-ondernemerschap). Voor dergelijke ondernemingen is het tot op heden blijkbaar niet vanzelfsprekend om een bankrekening bij een kredietinstelling te openen. Om deze problematick aan te pakken, wordt in boek VII, titel 3, hoofdstuk 8 van het WER, afdeling 2 ingevoegd, getiteld “basisbankdienst voor ondernemingen”, met de nieuwe artikelen VII. 59/4 t.e.m. VII. 59/8 die de voorwaarden voor de basisbankdienst aan ondernemingen vaststellen.

Enkel voor in België gevestigde ondernemingen

Dit recht op de basisbankdienst zal enkel gelden voor in België gevestigde ondernemingen die in de Kruispuntenbank voor Ondernemingen zijn ingeschreven overeenkomstig artikel III.17 WER dan wel dergelijke inschrijving hebben  aangevraagd (artikel VII.59/4, §1 WER). Zo ten minste drie kredietinstellingen geweigerd hebben aan deze onderneming een beperkt aantal betalingsdiensten te verschaffen (uitvoering van betalingstransacties m.i.v. domiciliëringen, transacties via betaalinstrumenten, uitvoering van overschrijvingen), dan heeft deze onderneming recht op een basisbankdienst.

Omvang basisbankdienst

Artikel VII.59/4, § 2 WER bepaalt dat de basisbankdienst voor ondernemingen enkel bestaat uit de uitvoering van:

  • betalingstransacties (voor zover deze niet leiden tot een debetstand);
  • domiciliëringen en doorlopende opdrachten;
  • de uitvoering van betalingstransacties via een betaalinstrument;

Anders dan in het wetsontwerp, is door de wet de mogelijkheid opgenomen voor ondernemingen om contanten op een rekening te storten of op te nemen binnen de EER. De wet op de basisbankdiensten verleent de ondernemingen evenwel geen recht tot het verkrijgen van een krediet, noch tot het verkrijgen van een kredietopening.

Procedure

Slechts indien 3 banken uitdrukkelijk en voldoende gemotiveerd haar diensten weigert te verlenen nadat een onderneming vooreerst zelf middels een marktbevraging de bankdiensten heeft proberen te bekomen, zal deze onderneming een recht hebben op de basisbankdiensten. Verder zal de weigering uitdrukkelijk melding moeten maken van de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures die openstaan ter betwisting van de weigering. De onderneming aan wie de bankdiensten zijn geweigerd, zal een schriftelijke aanvraag kunnen richten aan de basisbankdienst-kamer (een kamer ingericht bij de FOD  economie). Na positive advies van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (of bij afwezigheid daaraan binnen de 60 dagen na de aanvraag), wijst de basisbankdienst-kamer dan een in België gevestigde kredietinstelling aan die de basisbankdienst zal moeten leveren (artikel VII.59/4, §3 WER).

Weigering en opzegging

De wet zet eveneens de voorwaarden voor de weigering (artikel VII.59/6, §1 WER) en de opzegging (artikel VII.59/6, §2 WER) uiteen, evenals de wijze waarop de weigering of de opzegging moet gebeuren (artikel VII.59/7 WER).

 

Régine Feltkamp / Kevin Van Deuren

Comments are closed.