Actualiteit

Bank en financieel recht

Lening of kredietopening? Het Hof van Cassatie spreekt zich nogmaals uit

In een arrest van 18 juni 2020 (C.19.0140.N) buigt het Hof van Cassette  zich nogmaals over het onderscheid tussen een lening op interest en een kredietopening. 

In een arrest van 27 april 2020 was het Hof van Cassatie reeds op dit onderscheid ingegaan.

Zoals aangegeven in onze bespreking van dit arrest, is dit onderscheid voornamelijk van belang voor de problematiek rond de omvang van de wederbeleggingsvergoeding en de al dan niet toepassing van artikel 1907bis (oud) BW, dat enkel geldt voor leningen.  Intussen wordt door artikel 9 van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen een regeling inzake wederbeleggingsvergoedingen ingevoerd die ook geldt voor kredietleningen, maar deze geldt enkel voor kredietopeningen gesloten na de inwerkingtreding van deze wet, i.e. na 10 januari 2014.

In het uiterst kort arrest van 18 juni 2020 herhaalt het Hof van Cassatie eerst de definitie van de lening op interest: “Een geldlening is seen overeenkomst waarbij de uitlener aan de lener een bepaald geldbedrag ter beschikking stelt onder de verplichting dit bedrag terug te geven, vermeerderd met interest indien die is bedongen. Het is een zakelijke overeenkomst die ontstaat door de afgifte van het geldbedrag”.

Met betrekking tot de lening brengt het Hof van Cassatie verder in herinnering dat :

  1. krachtens artikel 1905 (oud) BW het geoorloofd is interest te bedingen voor eenvoudige leningen; en
  2. kachtens artikel 1907bis (oud) BW bij gehele of gedeeltelijke terugbetaling van een lening op interest in geen geval van de schuldenaar, buiten het terugbetaalde kapitaal en de vervallen interest, een vergoeding voor wederbelegging mag worden gevorderd, groter dan zes maanden interest, berekend over de terugbetaalde som en naar de in de overeenkomst bepaalde rentevoet.

Vervolgens definieert het Hof van Cassatie de kredietopening als volgt: “De kredietopening is een consensuele en wederkerige overeenkomst waarbij de kredietgever aan de kredietnemer tijdelijk en tot beloop van een bepaald bedrag hetzij geld, hetzij kredietwaardigheid ter beschikking stelt. De kredietnemer kan van het krediet gebruik maken door één of meerdere geldopnemingen. De kredietnemer is niet verplicht om van het krediet gebruik te maken”.

Het Hof van Cassette besluit dat een geldopneming krachtens een kredietopening geen geldlening doet ontstaan in de zin van de artikelen 1892 en 1905 (oud) BW, waarop artikel 1907bis (oud) BW van toepassing is.

Régine Feltkamp – Nicholas Michiels

Comments are closed.