Algemeen handelsrecht

Algemeen handelsrecht

Niet-uitvoeringsexceptie, ook bij meerpartijenovereenkomsten - Cass. 30 oktober 2020

· Olivier Vanden Berghe

In een arrest van 30 oktober 2020 (C.20.0061.N) heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over de niet-uitvoeringsexceptie bij meerpartijenovereenkomsten. Op grond van de exceptie van niet-uitvoering kan een schuldenaar de uitvoering van zijn verbintenis opschorten in afwachting van de nakoming van de daarmee verknochte verbintenis van zijn schuldeiser. Het Hof van Cassatie preciseert dat in een meerpartijenovereenkomst de verknochte verbintenis niet noodzakelijk een verbintenis moet zijn jegens degene die de niet-uitvoeringsexceptie inroept. Met andere woorden, de niet-uitvoeringsexceptie kan ook ingeroepen worden tegen de schuldeiser die in gebreke blijft een verbintenis uit te voeren jegens een andere partij in de meerpartijenovereenkomst, in zoverre er verknochtheid bestaat tussen de verbintenissen. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Un modèle harmonisé d’action collective dans tous les États membres - projet de directive relative aux actions représentatives dans le domaine de la protection des intérêts collectifs des consommateurs

· Olivier Vanden Berghe / Charlotte Dillemans

Le 24 novembre 2020, le Parlement européen a approuvé le projet de directive relative aux actions représentatives dans le domaine de la protection des intérêts collectifs des consommateurs. Cette directive, qui fait partie du "New Deal for Consumers", fait suite à une récente série de scandales liés à la violation des droits des consommateurs par des multinationales. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Grenzen aan de derde-medeplichtigheid aan contractbreuk - Cass. 30 oktober 2020

· Olivier Vanden Berghe / Charlotte Dillemans

De derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk concretiseert de tegenwerpelijkheid van het bestaan van overeenkomsten: derden moeten het bestaan en de gevolgen van een overeenkomst erkennen. Dit principe staat sinds de erkenning ervan in de rechtspraak op gespannen voet met de relativiteit van overeenkomsten gehuldigd in artikel 1165 BW. In een arrest van 30 oktober 2020 (C.20.0176) wijst het Hof van Cassatie op het verschil tussen een tegenwerpelijke overeenkomst (waarvan de derde het bestaan moet erkennen en respecteren) en een overeenkomst die de derde nadeel toebrengt en hem aldus niet tegenwerpelijk is, zodat er geen sprake kan zijn van derde-medeplichtigheid. De nv Parking Nova vertrouwde de uitbating van "Parking Station Zoo" toe aan de nv Beheerscentrale. De uitbatingsovereenkomst bevatte een aankoopverbod  op grond waarvan Beheerscentrale (en aanverwante vennootschappen)  zich tijdens de duur van de exploitatie moest onthouden van het aankopen van andere parkeerplaatsen. Klaarblijkelijk kocht Beheerscentrale in strijd met het verbod (wellicht naburige) parkeerplaatsen op van een aantal eigenaars. Deze eigenaar-verkopers werden door Parking Nova gedagvaard wegens derde-medeplichtigheid aan contractbreuk. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Covid-19 en handelshuur: geen huur verschuldigd tijdens sluiting volgens Vred. Etterbeek 30 oktober 2020

· Olivier Vanden Berghe

De covid-19 epidemie heeft de relaties tussen verhuurders en huurders van door de sluiting getroffen handelspanden zwaar op de proef gesteld. Tussen partijen die geen akkoord vonden om deze moeilijkheden te overbruggen, zijn de standpunten vaak radicaal tegenovergesteld: de huurder stelt door de verplichte sluiting geen huur verschuldigd te  zijn, terwijl de verhuurder stelt het pand nog steeds ter beschikking te stellen, zodat niets de betaling van de huur in de weg staat. Vrederechters hebben in de afgelopen maanden op uiteenlopende wijze deze geschillen beslecht. Soms wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de integrale huur tijdens de sluiting. De vrederechter te Oostende (1e kanton, 10 juli 2020) verwees naar het gebrek aan overmacht in hoofde van de huurder, vermits financiële overmacht de schuldenaar niet bevrijdt (zie Cass. 18 juni 2018). De vrederechter te Bree (16 juli 2020) veroordeelde de huurder evneens wegens gebrek aan overmacht. Hij stelde tevens vast dat de verhuurder in de gegeven omstandigheden geen rechtsmisbruik pleegde ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Eerste veroordeling van verkoopsweigering wegens misbruik van economische afhankelijkheid (nieuwe B2B wet) - Vz. Orb. Gent 28 oktober 2020

· Olivier Vanden Berghe / Charlotte Dillemans

In een beslissing van 28 oktober 2020, wellicht een eerste toepassing van de nieuwe B2B wet van 4 april 2019, heeft de Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Gent, zetelend zoals in kortgeding, een veroordeling uitgesproken steunend zowel op het verbod op misbruik van economische afhankelijkheid (art. IV.2/1 WER), in werking getreden op 22 augustus 2020, als op het eerder bestaand algemeen verbod op oneerlijke markpraktijken tussen ondernemingen (art. VI.104 WER). Een Belgische onderneming actief in ontwerp en verhandeling van onder meer kinderkledij had eenzijdig en zonder aankondiging geweigerd om de bestellingen uit de wintercollectie 2020 te leveren aan een handelaar die een kleinhandelszaak uitbaatte. De weigering tot levering volgde op de onmiddellijke beëindiging van de handelsrelatie door de leverancier op grond van vermeende betalingsmoeilijkheden in hoofde van de kleinhandelaar. De leverancier verwees in dit verband naar zijn algemene voorwaarden die hem zouden toelaten de gehele bestelling en nog lopende overeenkomsten te annuleren indien het vertrouwen in de kredietwaardigheid van de klant geschokt wordt. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

L'exception d'arbitrage peut être invoquée pour la première fois en appel sur jugement par défaut - Cass. 24 septembre 2020

· Olivier Vanden Berghe

L'exception d'arbitrage doit être invoquée in limine litis en vertu de l’article 1682, § 1er, du Code judiciaire. Sur base de cette disposition le tribunal de première instance de Namur, statuant en appel, avait déclaré irrecevable l'exception d'arbitrage invoquée pour la première fois en degré d'appel, sur un jugement rendu par défaut. Dans un arrêt du 24 septembre 2020 (C.18.0064.F) la Cour de cassation a cassé cette décision. En effet, il est satisfait à la condition du in limine litis lorsque l’exception est proposée dans le premier écrit de procédure de la partie qui la soulève, même si ce premier écrit est produit en degré d'appel.     ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

La vétusté de la chose endommagée ne justifie pas une réduction du dédommagement - Cass. 17 septembre 2020

· Olivier Vanden Berghe

Dans un arrêt du 17 septembre 2020 (C.18.0611.F), la Cour de cassation s'est penchée sur une pratique souvent considérée à tort comme une évidence, celle de l'abattement de l'indemnisation pour cause de moins-value pour vétusté. La cour d'appel de Liège avait, dans un arrêt du 9 novembre 2017 condamné un entrepreneur en terrassement à indemniser les propriétaires d'un immeuble qui s'était partiellement effondré. La cour n'avait toutefois pas condamné l'entrepreneur à l'intégralité du coût de reconstruction, mais avait appliqué à l'indemnisation un coefficient de vétusté de l'immeuble (de 44%), compte tenu de la précarité des fondations préexistantes (qui toutefois n'étaient pas à l'origine du sinistre). La Cour de cassation rappelle que ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Samenloopverbod tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid, ook bij kwalitatieve rechten - Cass. 2 oktober 2020

· Olivier Vanden Berghe

De (eerste kamer van) het Hof van Cassatie heeft zich in een arrest van 2 oktober 2020 (C.20.0005.N) nog eens uitgesproken in de controversiële kwestie van de samenloop tussen de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheid. Sedert het cassatiearrest van 29 september 2006 (C.0502.N), eveneens van de eerste kamer, luidt het dat een contractant door zijn medecontractant in de regel slechts buitencontractueel aansprakelijk gesteld worden "indien de hem ten laste gelegde fout een tekortkoming uitmaakt niet alleen aan de contractuele verbintenis, maar ook aan de algemene zorgvuldigheidsnorm die op hem rust en indien deze fout andere dan aan de slechte uitvoering te wijten schade heeft veroorzaakt". Het arrest van 2 oktober 2020 herhaalt deze regel, maar preciseert nu dat zij niet alleen geldt tussen rechtstreekse contractanten, maar ook bij zogenaamde kwalitatieve rechten. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

De grenzen van het ambtshalve rechterlijke handelen bij een overeenkomst in strijd met de openbare orde - Cass. 4 september 2020

· Olivier Vanden Berghe / Jonas Vansevenant

In zijn arrest van 4 september 2020 (nr. C.19.0613.N) verschafte het Hof van Cassatie enkele nuttige verduidelijkingen aangaande de correcte handelswijze van de rechter die geconfronteerd wordt met een overeenkomst die strijdig is met de openbare orde. Het onderliggende geschil betrof een aannemingsgeschil waarbij het aannemingsbedrijf zich blijkbaar verbonden had tot activiteiten waarvoor luidens de Wet van 20 februari 1939 de verplichte tussenkomst van een architect vereist was (die er niet was). De onenigheid tussen het aannemingsbedrijf en de bouwheer betrof de al dan niet correcte uitvoering van de overeenkomst. De aannemer vorderde de betaling van een openstaande factuur, terwijl de bouwheer een schadevergoeding voor niet-uitvoering wenste te bekomen. Geen van beide partijen vorderde de nietigheid van de overeenkomst. Het hof van beroep te Gent had de niet-naleving van de wet van 20 februari 1939 echter ambtshalve opgeworpen en de debatten heropend. Ook na de heropening van de debatten vorderden de partijen niet de nietigheid van de overeenkomst. Het hof van beroep verklaarde daarop de overeenkomst ambtshalve nietig, en veroordeelde de aannemer tot restitutie van een bedrag gelijk aan het bedrag van de schadevergoeding bij equivalent die gevorderd werd door de bouwheer. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Bewijs van eenzijdige verbintenissen volgens art. 1326 BW - de aard van de verbintenis, niet de hoedanigheid van de ondertekenaar, is bepalend voor de uitzondering voor kooplieden - Cass. 29 mei 2020

· Olivier Vanden Berghe / Jonas Vansevenant

In zijn arrest van 29 mei 2020 (C.19.0312.N) diende het Hof van Cassatie een oordeel te vellen over de correcte interpretatie van de bewijsregel van artikel 1326 (oud) BW. Luidens deze bepaling dient de akte houdende een eenzijdige verbintenis om een geldsom of in geld waardeerbare zaak te betalen geheel met de hand van de ondertekenaar geschreven te zijn of moet ze minstens, benevens zijn handtekening, een met de hand geschreven "goed voor" of een "goedgekeurd voor" bevatten, waarbij de som of de hoeveelheid van de zaak voluit in letters is uitgedrukt. In het tweede lid van artikel 1326 wordt BW echter een uitzondering gesteld op deze vormvereiste "ingeval de akte uitgaat van kooplieden, ambachtslieden, landbouwers, wijngaardeniers, dagloners of dienstboden."  Het Hof van Cassatie oordeelde dat deze uitzondering, voor wat betreft de kooplieden, is verbonden met de aard van de verbintenis en niet met de hoedanigheid van de ondertekenaar.  Een arrest van het hof van beroep te Antwerpen, waar in omgekeerde zin werd geoordeeld, werd dan ook vernietigd. Art. 8.21 van het nieuw BW (dat in werking treedt op 1 november 2020) is analoog aan artikel 1326 oud BW (met de uitzondering van de formule “goed voor” of “goedgekeurd voor”, die niet meer vereist is). Het uitzonderingsregime "Bewijs door en tegen ondernemingen" wordt vooortaan geregeld in art. 8.11 Nieuw BW. ...

Lees de bijdrage