Actualiteit

Insolventie

Orb. Antwerpen (afd. Antwerpen) 1 maart 2019 – kwalificatie buitengewone schuldvorderingen in de opschorting

Dit vonnis betreft de definitie van de buitengewone schuldvordering in de opschorting tijdens een procedure tot gerechtelijke reorganisatie. Sinds de inwerkingtreding van boek XX van het Wetboek Economisch Recht worden buitengewone schuldvorderingen in de opschorting als volgt gedefinieerd:

de schuldvorderingen in de opschorting die gewaarborgd zijn op het ogenblik van de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, door een zakelijke zekerheid, en de schuldvorderingen van de schuldeiserseigenaars

Op basis van deze definitie bestaat er onzekerheid of bijzondere voorrechten al dan niet als zakelijke zekerheden kunnen worden beschouwd en schuldvorderingen gewaarborgd door bijzondere voorrechten als buitengewone schuldvorderingen in de opschorting.

De ondernemingsrechtbank van Antwerpen heeft deze vraag beantwoord op basis van bestaande definities van zakelijke zekerheden en bijzondere voorrechten waarbij de nadruk wordt gelegd op de preferentie welke deze verleent op bepaalde bestanddelen van de schuldenaar en waarin zakelijke zekerheden uitdrukkelijk worden gelijkgesteld met bijzondere voorrechten. De rechtbank grijpt hiervoor terug naar het juridisch woordenboek VALKS en de handboeken aangaande zekerheden van respectievelijk E. DIRIX en M.E. STORME.

Ingevolge deze analyse komt de rechtbank tot het besluit dat de schuldeisers wiens schuld wordt gewaarborgd door een bijzonder voorrecht, in casu het bijzonder voorrecht voor de kosten tot behoud van de zaak (art. 20, 4° Hyp.W.), moeten worden gekwalificeerd als buitengewone schuldeisers in de opschorting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *