Conditions d’admissibilité - Toelaatbaarheidsvereisten

Droit commercial général

Ontwikkelingen inzake de onontvankelijkheid van een vordering wegens onvolledige KBO-inschrijving - Wet van 2 mei 2019

· Olivier Vanden Berghe - Sebastian Tytgat

Artikel III.26, § 2 van het Wetboek Economisch Recht ("WER") bepaalt: “Indien de inschrijvingsplichtige onderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar hoofdvordering, tegenvordering of vordering tot tussenkomst, ingediend bij verzoekschrift, bij conclusie of deurwaardersexploot, gebaseerd is op een activiteit waarvoor de inschrijvingsplichtige onderneming op de datum van de inleiding van die vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de inschrijvingsplichtige onderneming op deze datum is ingeschreven, is de vordering van die inschrijvingsplichtige onderneming onontvankelijk. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien ze niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen”. Wanneer men de inschrijving van een onderneming in de KBO consulteert, vindt men verschillende "rubrieken" van inschrijvingen. Zo zijn er de inschrijvingen van de onderneming bij de administraties van de BTW en de RSZ, de inschrijving van de economische activiteiten van de onderneming, de inschrijvingen van de hoofdentiteit, de inschrijvingen van de vestigingseenheid etc. ...

Lire l’article