Vrijheid van handel en nijverheid

Algemeen handelsrecht

Geen post-contractueel concurrentieverbod besloten in de loyauteitsplicht van een bestuurder – Cass. 25 juni 2020

· Olivier Vanden Berghe / Charlotte Dillemans

In een cassatiearrest van 25 juni 2020 (nr. C.18.0144.N) boog het Hof van Cassatie zich over de vraag of er op een bestuurder van een vennootschap een post-contractueel concurrentieverbod rust op grond van een loyauteitsplicht die volgt uit de verplichting het mandaat van bestuurder te goeder trouw uit te voeren. Aan de grondslag van het arrest ligt een geschil tussen een vennootschap en haar gewezen bestuurders. Weldra meteen na de beëindiging van hun mandaat benaderden de gewezen bestuurders de klanten van de vennootschap met de bedoeling om met deze klanten een klantenrelatie aan te gaan. Het Hof van beroep te Antwerpen stelde dat het concurrentieverbod in principe eindigt wanneer de bestuurdersovereenkomst beëindigd wordt, maar dat er ook na de beëindiging van deze overeenkomst een zekere nawerking van de goede trouw is, zodat in die periode de loyauteitsplicht met inbegrip van het concurrentieverbod behouden blijft. Het Hof van beroep stelde de periode van nawerking van het concurrentieverbod vast op twaalf maanden na het einde van de overeenkomst en verantwoordde dit “verbod van beperkte omvang” door te verwijzen naar de nauwe betrokkenheid van de gewezen bestuurders bij het bestuur van de vennootschap, een kleine vennootschap met intuitu personae karakter. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Het uitspreken van de partiële nietigheid indien de absolute nietigheid gevorderd wordt, is niet in strijd met het beschikkingsbeginsel - Cass 9 september 2019

· Jonas Vansevenant

Op 9 september 2019 sprak het Hof van Cassatie zich uit over de procesrechtelijke implicaties van haar relatief recente  rechtspraak waarbij de deur werd geopend voor de partiële nietigheid van buitensporige niet-concurrentiebedingen mits dit mogelijk is, te verzoenen valt met de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen, en het niet verboden is door de wet van openbare orde (zie onder meer: Cass. 23 januari 2015, nr. C.13.0579.N, Cass. 25 juni 2015, nr. C.14.0008.F, Cass. 4 januari 2019, nr. C.18.0045.N). ...

Lees de bijdrage