Having as author: Olivier Vanden Berghe

uw zoekopdracht wijzigen

Algemeen handelsrecht

Indemnité complémentaire pour l'agent commercial seulement si préjudice distinct de celui couvert par l'indemnité d'éviction - Cour de cassation 27 mai 2016

· Olivier Vanden Berghe

Affaire: C.145.0292.F L'article X.18, alinéa 1er, du Code de droit économique prévoit que l'agent commercial a droit, après la cessation du contrat d'agence commerciale, à une indemnité d'éviction lorsqu'il a apporté de nouveaux clients au commettant ou a développé sensiblement les affaires avec la clientèle existante, pour autant que cette activité puisse encore procurer des avantages substantiels. L'article X.19 du Code de droit économique stipule à son tour que l'agent commercial peut, pour autant qu'il ait droit à l'indemnité d'éviction et que le montant de cette indemnité d'éviction ne couvre pas l'intégralité du préjudice réellement subi, obtenir en plus de cette indemnité, des dommages et intérêts à concurrence de la différence entre le montant du préjudice réellement subi et celui de cette indemnité, bien sûr à charge de prouver l'étendue du préjudice allégué. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Wetsvoorstel van 2 maart 2017 tot wijziging van het Wetboek van economisch recht wat de bank- en verzekeringsagenten betreft

· Olivier Vanden Berghe

Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 2341/001 Artikel X.26, tweede lid Wetboek van economisch recht sluit de verzekeringsagentuurovereenkomsten en de bankagentuurovereenkomsten uit van het toepassingsgebied van Titel 2 van Boek X, dat de regeling bevat inzake precontractuele informatie in het kader van commerciële samenwerkingsovereenkomsten. Een nieuw wetsvoorstel strekt ertoe de bank- en verzekeringsagenten toch onder de bepalingen van de wetgeving op de precontractuele informatie te doen vallen, en het tweede lid van artikel X.26 op te heffen. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Inschrijvingsverplichting KBO schendt gelijkheidsbeginsel niet - Grondwettelijk Hof 14 december 2016

· Olivier Vanden Berghe

Zaak: 160/2016 Artikel III.26, § 2 van het Wetboek van economisch recht bepaalt: “Indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar hoofdvordering, tegenvordering of vordering tot tussenkomst, ingediend bij verzoekschrift, bij conclusie of deurwaardersexploot, gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van die vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, is de vordering van die onderneming onontvankelijk. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt indien ze niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.” ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Grondwettelijk Hof 9 februari 2017

· Olivier Vanden Berghe

Zaak: 13/2017 Het Grondwettelijk Hof vernietigt de wet van 28 april 2015 tot wijziging van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen. Een rolrecht is een belasting die wordt geheven ten laste van de rechtzoekende die een vordering bij een rechtscollege inleidt. Het rolrecht is een speciaal recht dat verschuldigd is als bijdrage in de kosten van de rechtspleging. Voortaan zijn rolrechten niet langer alleen afhankelijk van de aard van het rechtscollege waarbij het geschil aanhangig wordt gemaakt, maar staan ze tevens in verhouding tot de waarde van het geschil (m.u.v. familierechtbank). De waarde van de vordering wordt door de eisende partij geschat in een pro-fisco-verklaring. Met de bestreden hervorming wenste de wetgever het systeem van de rolrechten te vereenvoudigen en de rechtzoekende te responsabiliseren. Tevens had hij een budgettair oogmerk: hij wilde de rolrechten in verhouding brengen met de werkingskosten van de rechtspraak. Met andere woorden, door de rolrechten te laten differentiëren naar gelang van de waarde van de vordering betrachtte de wetgever aldus de rolrechten in overeenstemming te brengen met de vermoede inspanning en kosten van het gerechtelijk apparaat. Het Grondwettelijk Hof heeft echter vastgesteld dat het criterium van de waarde van de vordering niet pertinent is om de voormelde hoofddoelstelling van de wetgever te realiseren. Vorderingen met een beperkte financiële inzet kunnen immers een ingewikkeld karakter vertonen en een hoge werklast voor het gerechtelijk apparaat meebrengen. Omgekeerd kan de behandeling van vorderingen met een hoge financiële inzet eenvoudig lijken. Het Grondwettelijk Hof vernietigt dus de omstreden wet, maar, om budgettaire en praktische moeilijkheden te vermijden, handhaaft het de gevolgen van deze wet tot 31 augustus 2017 ten aanzien van de vorderingen die bij een rechtscollege zijn ingesteld tot die datum. De wetgever heeft tot die datum om een andere regeling aan te nemen. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Hof van Cassatie 13 januari 2017

· Olivier Vanden Berghe

Zaak: C.15.0417.N Een advocaat die door zijn cliënt verzocht werd een aangifte van schuldvordering in een faillissement te doen, had dit niet gedaan vanwege het uitblijven van de betaling van zijn erelonen. Hij had zijn cliënt hier echter niet uitdrukkelijk op gewezen. De advocaat werd vervolgens gedagvaard. In zijn arrest van 30 september 2013 had het hof van beroep te Antwerpen geoordeeld dat “de exceptie van niet-uitvoering van rechtswege geldt en dat de advocaat zijn cliënt er niet eerst erop moest wijzen dat hij zijn tussenkomst opschortte in afwachting van de betaling”. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Hof van Cassatie 27 januari 2017

· Olivier Vanden Berghe

Zaak: C.15.0238.N Een verkoper van een ketting was reeds voorafgaand aan de levering op de hoogte van een gebrek aangaande de chemische samenstelling, maar maakte daar maar voor het eerst melding van op een factuur die werd verstuurd na de levering. De vermelding ontsnapte aan de aandacht van de koper, totdat hij 5 jaar later op het gebrek werd gewezen door zijn afnemer. De koper stelde alsnog een vordering in tot ontbinding van de verkoopovereenkomst. Aangezien het om een internationale koop ging trachtte de verkoper een beroep te doen op de notificatietermijnen voor niet-conformiteit in het Weens Koopverdrag. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Hof van Cassatie 13 januari 2017

· Olivier Vanden Berghe

Zaak: C.15.0226.N In een arrest van 28 januari 2015 diende het hof van beroep te Antwerpen zich uit te spreken over de gevolgen van de nietigheid van twee verkoopovereenkomsten m.b.t. aandelen. De overeenkomsten die eind 2003 werden gesloten, voorzagen in maandelijkse afbetalingen die zouden lopen tot 2016. De eigendom van de aandelen ging echter over bij de aanvang van de overeenkomsten. Door toedoen van de financiële crisis in 2008 verminderde de waarde van de beleggingsportefeuilles van de twee vennootschappen, en dus ook de aandelen in de vennootschappen zelf, aanzienlijk. De koper kon hierdoor ook de betalingsverplichtingen niet meer nakomen. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Hervorming van het Belgisch verbintenissenrecht

· Olivier Vanden Berghe

In “De sprong naar het recht voor morgen”, een publicatie van 6 december 2016, geeft de minister van Justitie een stand van zaken over de geplande hervorming van onder meer het verbintenissenrecht. In het kader van deze hervorming, die in 2015 werd gelanceerd met de aanstelling van werkgroep, wordt een voorontwerp houdende een nieuw Boek V “Verbintenissen” aangekondigd voor het voorjaar 2017. De hervorming beoogt “een nieuw evenwicht tussen de wilsautonomie van de contractpartijen en de rol van de rechter”. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Hervorming van het Belgisch verbintenissenrecht

· Olivier Vanden Berghe

In “De sprong naar het recht voor morgen”, een publicatie van 6 december 2016, geeft de minister van Justitie een stand van zaken over de geplande hervorming van onder meer het verbintenissenrecht. In het kader van deze hervorming, die in 2015 werd gelanceerd met de aanstelling van werkgroep, wordt een voorontwerp houdende een nieuw Boek V “Verbintenissen” aangekondigd voor het voorjaar 2017. De hervorming beoogt “een nieuw evenwicht tussen de wilsautonomie van de contractpartijen en de rol van de rechter”. Onderwerpen die tot nu toe door de rechtspraak worden geregeld - voor sommige op vrij uniforme wijze, voor andere met uiteenlopende resultaten - zouden voortaan uitdrukkelijk opgenomen worden in het Burgerlijk Wetboek:  de regeling van de precontractuele fase en de totstandkoming van elektronische overeenkomsten;  een nieuwe behandeling van de “verboden overeenkomsten” die thans onder meer ligt besloten in de concepten zoals “voorwerp”, “oorzaak”, “openbare orde”, “goede zeden”, “dwingend recht”;  de gekwalificeerde benadeling;  een modernisering van de leer der nietigheden (o.m. partiële nietigheid, reductie, conversie);  de mogelijkheid van anticipatieve remedies (zgn. anticipatory breach);  het voorzien van meer op maat gesneden sancties in geval van wanprestatie, zoals de prijsvermindering;  de buitengerechtelijke ontbinding;  de gevolgen van de beëindiging van overeenkomsten en de restitutieverplichtingen die hieruit voortvloeien;  de meerpartijenovereenkomsten en samenhangende overeenkomsten;  de contractoverdracht;  de verrijking zonder oorzaak;  de eenzijdige wilsuiting. De meest in het oog springende voorstellen en denkpistes zijn deze die een werkelijke ommekeer zouden inhouden ten opzichte van de huidige wetgeving en rechtspraak:  de denkpiste om coërcitieve strafbedingen toe te laten;  de invoering van de imprevisieleer (zoals reeds recent in Frankrijk ingevoerd). ...

Lees de bijdrage