Algemeen handelsrecht

Sujétions imprévues et changement de circonstances dans les contrats d’entreprise - la mise au point dans la proposition de loi insérant le livre 7 « les contrats spéciaux » dans le Code civil

· Olivier Vanden Berghe

La proposition de loi insérant le livre 7 “Les contrats spéciaux” dans le Code civil a été déposée à la Chambre le 16 avril 2024. Le contrat d’entreprise y est réglé sous le Titre consacré au « Contrat de service » en général. L’article 7.4.8 codifie la théorie existante des « sujétions imprévues » dans les contrats d’entreprise, en s’inspirant largement de l’article 5.74 (« changement de circonstances »), applicable aux contrats en général. ...

Lees de bijdrage

Economisch strafrecht

Cassatie spreekt zich uit over private interne onderzoeken en artikel 6 EVRM

· Stijn Lamberigts

Stijn Lamberigts & Sarah Witvrouw --- Op 23 april 2024 (P.23.1632.N) heeft het Hof van Cassatie een belangrijk arrest uitgesproken over private interne onderzoeken en art. 6 EVRM. De eiseres, veroordeeld wegens valsheid in geschriften, gebruik van valse stukken, informaticabedrog en misbruik van vertrouwen, ontwikkelde diverse middelen tegen enkele arresten van het Hof van beroep te Gent. Het Hof heeft het cassatieberoep verworpen. ...

Lees de bijdrage

Bank en financieel recht

Règlement sur les services de paiement : le parlement européen se prononce sur un renforcement de la responsabilité des prestataires de services de paiement en cas de fraude

· Nicolas Kalokyris

Le 24 avril 2024, le Parlement européen s’est prononcé sur une série d’amendements à apporter à la proposition de Règlement concernant les services de paiement dans le marché intérieur[1] (Payment Services Regulation ou « PSR »), dont l’un des objectifs consiste à renforcer davantage la prévention de la fraude en matière de paiements. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Wet Productaansprakelijkheid als wettelijke aansprakelijkheidsbeperking?

· Olivier Vanden Berghe

In een noemenswaardig arrest van 14 maart 2024 (C.23.0100.N) heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat de Wet Productaansprakelijkheid de toepassing beperkt van de buitencontractuele foutaansprakelijkheid van artikel 1382 en 1383 Oud Burgerlijk Wetboek. ...

Lees de bijdrage

Insolventie

“Weest dus waakzaam, want gij kent dag noch uur.” - De kennisgeving bij gerechtsbrief van het vonnis dat de kwijtschelding weigert, doet volgens het Hof van beroep Antwerpen de beroepstermijn lopen

· Kristof Windey

Een vonnis van de ondernemingsrechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen van 17 mei 2022 verklaarde het verzoek van de gefailleerde natuurlijke persoon om vervroegd uitspraak te doen over zijn verzoek tot kwijtschelding ongegrond. Het gegeven dat een ondernemingsactiviteit werd opgestart die vanaf dag één geen slaagkansen had omwille van een kennelijk ontoereikend aanvangsvermogen werd door de ondernemingsrechtbank beschouwd als een kennelijk grove fout die had bijgedragen tot het faillissement. ...

Lees de bijdrage

Insolventie

Wetsontwerp houdende maatregelen in de strijd tegen de overmatige schuldenlast en ter bescherming van ondernemingen in moeilijkheden

· Frederic Polis

Op 6 maart 2024 heeft de Belgische regering een wetsontwerp ingediend houdende maatregelen in de strijd tegen de overmatige schuldenlast en ter bescherming van ondernemingen in moeilijkheden. Met dit wetsontwerp beoogt de wetgever zijn schuldenbeleid om te zetten in een werkelijke schuldenaanpak. Dit door wijzigingen aan te brengen in zowel het Burgerlijk Wetboek als het Gerechtelijk Wetboek. ...

Lees de bijdrage

Insolventie

Kwijtscheldingen in een minnelijk of collectief akkoord niet langer definitief vrijgesteld (Wet van 28 december 2023 houdende diverse fiscale bepalingen)

· Jente Dengler

Over de wet van 7 juni 2023 tot omzetting van de Europese Herstructureringsrichtlijn in Boek XX WER vloeide reeds veel inkt (zie hierover onze eerder verschenen actualiteitsbijdrage). Over de navolgende fiscale wet van 28 december 2023 en de impact ervan op het nieuwe herstructureringskader bleef het daarentegen opvallend stil. Nochtans heeft deze wet mogelijks verregaande gevolgen voor het succes op (middel)lange termijn van zowel bestaande, als recent geïntroduceerde reorganisatieprocedures. ...

Lees de bijdrage

Bank en financieel recht

Caducité d'une lettre de patronage pour cause d'insolvabilité du débiteur patronné: arrêts de la cour d'appel de Bruxelles des 23 mars 2023 et 8 février 2024

· Jean-Pierre Buyle

Une société belge détenait la totalité des actions d’une société portugaise. Cette entreprise portugaise avait conclu avec une institution publique locale une convention d’octroi de subsides en partie remboursables. Cette convention imposait à la société portugaise l’émission d’une garantie à première demande émise par une banque privée en faveur de l’institution publique. Ladite garantie fut émise par une banque portugaise, qui exigea de la société belge l’émission d’une lettre de patronage en sa faveur. ...

Lees de bijdrage

Verzekeringen

Dertigjarige verjaringstermijn levensverzekeringen niet strijdig met gelijkheidsbeginsel

· Tine Meurs

In een arrest van 25 januari 2024 heeft het Grondwettelijk Hof (nr. 16/2024) geoordeeld dat de dertigjarige verjaringstermijn van artikel 88, §1, eerste lid van de Wet Verzekeringen van 4 april 2014 ('W.Verz.') in levensverzekeringen voor rechtsvorderingen aangaande de reserve gevormd op datum van opzegging of op einddatum door betaalde premies onder aftrek van de verbruikte sommen, niet strijdig is met het gelijkheidsbeginsel, en dit terwijl voor persoonlijke, contractuele rechtsvorderingen de verjaringstermijn tien jaar bedraagt (artikel 2262bis oud BW) en enkel voor zakelijke rechtsvorderingen een verjaringstermijn van dertig jaar geldt (artikel 2262 oud BW). ...

Lees de bijdrage

Bank en financieel recht

La CJUE s’oppose à la requalification des services de paiement en tant qu’émission de monnaie électronique en cas de dépassement du délai légal d’exécution d’ordres de paiement (ABC Projektai UAB c. Lietuvos bankas)

· Nicolas Kalokyris

Dans un arrêt rendu sur question préjudicielle le 22 février 2024 (C-661/22), la Cour de justice de l’Union européenne s’est prononcée sur la distinction entre la prestation de services de paiement (réglementée au niveau européen par la Directive (UE) 2015/2366[1] - « PSD II ») et l’émission de monnaie électronique (réglementée au niveau européen par la Directive 2009/110/CE[2] – « EMD II »). La Cour de justice était plus particulièrement interrogée sur la potentielle requalification de services de paiement en tant qu’émission de monnaie électronique en raison du dépassement du délai légal d’exécution des ordres de paiement. ...

Lees de bijdrage