Algemeen handelsrecht

Algemeen handelsrecht

De relativiteit van overeenkomsten is niet van openbare orde - Cass. 4 mei 2018

· Olivier Vanden Berghe

De relativiteit van overeenkomsten, gehuldigd in artikel 1165 BW, is niet van openbare orde. Dit heeft het Hof van Cassatie bevestigd in een arrest van arrest van 4 mei 2018. Een verzoek tot vernietiging van een arbitrale uitspraak was gemotiveerd door de stelling dat de arbitrale uitspraak die artikel 1165 BW schond in strijd was met de openbare orde en dus kon vernietigd worden (oud artikel 1704, 2, (a); huidig artikel 1717 § 3 (b) ii Gerechtelijk Wetboek). Zowel het hof van beroep van Brussel als het Hof van Cassatie verwierpen dit postulaat. Alleen de wet die de essentiële belangen van de Staat of van de gemeenschap raakt of die, in het privaat recht, de juridische grondslagen vastlegt waarop de economische of morele orde van de maatschappij rust, is van openbare orde. Dit is niet het geval voor de relativiteit van de overeenkomsten. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Vermits de schuldenaar van een dwangsom om de vermindering ervan kan vragen, moet de schuldeiser kunnen vragen om de verhoging ervan - Grondwettelijk Hof 17 mei 2018

· Olivier Vanden Berghe

Krachtens artikel 1385quinquies van het Gerechtelijk Wetboek kan de rechter die een dwangsom heeft opgelegd, op vordering van de veroordeelde in bepaalde gevallen de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen. De wet voorziet geen analoge mogelijkheid voor de schuldeiser om een bijkomende dwangsom te vorderen of de verhoging van de reeds opgelegde dwangsom indien de veroordeelde partij in gebreke blijft de veroordeling uit te voeren. In een arrest van 17 mei 2018 (60/2018) oordeelt  het Grondwettelijk Hof als antwoord op een prejudiciële vraag van het Brusselse hof van beroep dat artikel 1385quinquies van het Gerechtelijk Wetboek hierdoor het gelijkheidsbeginsel schendt. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Hervorming algemeen verbintenissen- en contractenrecht goedgekeurd door de Ministerraad

· Olivier Vanden Berghe

De Ministerraad van 30 maart 2018 heeft het voorontwerp van wet goedgekeurd ter invoeging van Boek V - "De Verbintenissen" in het nieuw Burgerlijk Wetboek. Het voorontwerp werd ter advies voorgelegd aan de Raad van State. Boek V van het toekomstig Burgerlijk Wetboek (met de artikels 5.1 tot en met 5.344) wordt een vrij sluitende regeling van het Belgisch verbintenissenrecht, met inbegrip van de regels inzake contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid, met dien verstande dat de regels omtrent buitencontractuele aansprakelijkheid (artikels 5.141 tot en met 5.211) nog niet zijn goedgekeurd in Ministerraad maar nog het voorwerp uitmaken van een openbare raadpleging. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Handelshuur van korte duur in het Waals Gewest vanaf 1 mei 2018

· Olivier Vanden Berghe

Le décret wallon du 15 mars 2018 relatif au bail commercial de courte durée entre en vigueur le 1er mai 2018. Il vise les baux commerciaux conclus par écrit pour une durée de maximum un an. Si sa durée est inférieure, le bail peut être reconduit de commun accord pour autant que sa durée totale n'excède pas un an. Le bail prend fin de plein droit à l'échance de son terme. Toutefois, si le preneur reste dans les lieux au-delà de l'année, sans opposition écrite du bailleur notifiée dans le mois suivant la date d'expiration, le bail devient un bail commercial classique, régi par les dispositions du Code civil, et est donc réputé avoir été conclu pour une durée de neuf ans à compter de son entrée en vigueur initiale. Dans un bail de courte durée le preneur peut, à tout moment, mettre fin au bail moyennant un préavis d'un mois au moins, droit dont ne dispose pas le bailleur. Le décret contient en outre des dispositions concernant les travaux effectués par le preneur et les assurances. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Bewijskracht van een rechterlijke beslissing ten aanzien van derden - Cass. 2 maart 2018

· Olivier Vanden Berghe

Dans un arrêt du 2 mars 2018 (C.17.0106) la Cour de cassation a estimé que Si, en matière civile, l’autorité de la chose jugée n’a lieu qu’entre les parties, la force probante de la décision peut, à titre de présomption valant jusqu’à preuve contraire, être opposée aux tiers qui n’ont pas exercé de tierce opposition. Pour autant qu’il respecte le droit des tiers de rapporter la preuve contraire, le juge n’a pas à apprécier si des circonstances particulières font, en tout ou en partie, obstacle à la force probante de la décision qui leur est opposée. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Beroep tegen een vonnis alvorens recht te doen - Cass. 19 januari 2018

· Olivier Vanden Berghe

Depuis le 1er novembre 2015 un appel contre une décision rendue sur la compétence ou une décision avant dire droit, ne peut être formé qu'avec l'appel contre le jugement définitif (art. 1050, al. 2 Code judiiciaire). La notion de jugement définitif implique qu'il épuise la juridiction du juge sur une question litigieuse, et que le point sur lequel porte la décision ait été soumis au débat. Dans un arrêt du 19 janvier 2018 la Cour de cassation casse une décision qui avait considéré un appel comme étant prématuré, au motif qu’il y avait eu devant le premier juge absence de tout débat sur la recevabilité d'un recours, alors que le premier juge avait dit le recours recevable après que le demandeur lui avait demandé de « statuer ce que de droit quant à la recevabilité du recours ». ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Wering van laattijdige conclusies - Cass. 29 januari 2018

· Olivier Vanden Berghe

In een arrest van 29 januari 2018 (C.17.0466.N) oordeelde het Hof van Cassatie dat een rechter die ambsthalve laattijdige conclusies uit de debatten weert zonder de partijen hieromtrent te hebben gehoord het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging miskent. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Verzekeringsmakelaar en schijnmandaat - Cass. 22 februari 2018

· Olivier Vanden Berghe

Het hof van beroep te Gent had in een beslissing van 7 april 2016 geoordeeld dat men het schijnmanddaat van een verzekeringsmakelaar niet kan inroepen tegen een verzekeraar, omdat volgens de wet een verzekeringsmakelaar de verzekeraar niet verbindt. Een arrest van het Hof van Cassatie van 22 februari 2018 (C.17.0302.N) vernietigt deze uitspraak. Het feit dat een verzekeringsmakelaar volgens de wet niet gebonden is aan een welbepaalde verzekeraar, maar verzekeringnemers en verzekeraars met elkaar in contact brengt en noch de kandidaat verzekeringnemer, noch de verzekeraar tot het sluiten van de overeenkomst verbindt, belet niet dat hij de schijn kan doen ontstaan dat hij een verzekeraar vertegenwoordigt. Een makelaar kan dus in bepaalde omstandigheden een verzekeraar verbinden via schijnmandaat. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

De hoedanigheid van bewaarder van een gebrekkige zaak (art. 1384 BW) wordt beoordeeld op het ogenblik van de schade (niet op het ogenbik van het ontstaan van het gebrek - Cass. 22 februari 2018

· Olivier Vanden Berghe

Krachtens artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, is men aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zaken die men onder zijn bewaring heeft. De bewaarder van een zaak in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, is degene die voor eigen rekening ervan gebruik maakt, het genot ervan heeft of ze onder zich houdt, met de mogelijkheid er toezicht, leiding en controle op uit te oefenen. In een arrest van 22 februari 2018 (C.17.0313.N) preciseerde het Hof van Cassatie dat de hoedanigheid van bewaarder beoordeeld moet worden op het ogenblik van het ontstaan van de schade en niet op het ogenblik van het ontstaan van het gebrek. Het Hof verbreekt een beslisisng van het hof van beroep van Antwerpen waarin de eigenaars op het ogenblik van een bodemverontreiniging gekwalificeerd werden als de bewaarders, ongeacht het feit dat nadein een einde is gekomen aan hun eigendomsrecht en ongeacht het feit dat de schade pas ontstaan is door en ten gevolge van een sanering. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Een rechter kan ambtshalve het "verlies van een kans" opwerpen - Cass. 14 december 2017

· Olivier Vanden Berghe

In een arrest van 14 december 2017 (C.16.0296.N) oordeelde het Hof van Cassatie dat een rechter ambtshalve het "verlies van een kans"  mag opwerpen om slechts een deel van de gevorderde schadevergoeding toe te kennen, zonder dat dit een schending vormt van het beschikkingsbeginsel. Het voorwerp van de vordering is immers het feitelijke resultaat dat de eiser met zijn vordering beoogt. Als een eiser de integraliteit vordert van een niet verworven voordeel, kan de rechter die oordeelt dat de eiser slechts een kans op dat voordeel heeft verloren, een vergoeding toekennen voor het verlies van een kans op het verwerven van dit voordeel, zonder het voorwerp van de vordering te wijzigen. Het Hof vernietigt het arrest van het hof van beroep van Antwerpen dat had geoordeeld dat het geen vergoeding kon toekennen voor verlies van een kans omdat "de eisers hier geen vergoeding vorderen van (de economische waarde van) de verloren gegane kans, doch enkel de toekenning van het volledige bedrag van het verloren voordeel, terwijl dit hof het voorwerp van de vordering niet ambtshalve mag wijzigen." ...

Lees de bijdrage