Actualiteit

Insolventie

Cass. 12 oktober 2017, AR C.17.0071.N

· Inge Vandeplas

Op 13 maart 2013 werd een eerste maal een gerechtelijke reorganisatie geopend in hoofde van NV Ove Investments (hierna, eiseres). Tijdens de gerechtelijke reorganisatie werd een collectief akkoord gehomologeerd (d.d. 12 juni 2013), dat vervolgens werd ingetrokken op grond van artikel 58 WCO (nieuw art. XX.83 WER). De intrekking van het reorganisatieplan heeft tot gevolg dat de schuldenaar en schuldeisers zich in dezelfde toestand bevinden alsof er geen gehomologeerd reorganisatieplan zou zijn geweest, behalve wat betreft reeds uitgevoerde betalingen of de overdracht van een geheel of een gedeelte van de onderneming. Op 4 mei 2016 diende eiseres nogmaals een verzoekschrift in tot opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie. De procedure van gerechtelijke reorganisatie werd geopend op 25 mei 2016. Tegen de opening van deze procedure werd derdenverzet aangetekend door de fiscus (hierna, verweerder), dat ontvankelijk, doch ongegrond werd verklaard bij vonnis van 20 juli 2016. De fiscus stelde vervolgens hoger beroep in tegen het vonnis van 20 juli 2016, waarbij de opening van de (tweede) procedure van gerechtelijke reorganisatie in hoofde van eiseres werd bevestigd. ...

Lees de bijdrage

Insolventie

HvJ 22 juni 2017, nr. C‑126/16, ECLI:EU:C:2017:489

· Inge Vandeplas

In 2013 kwam Estro Groep in financiële problemen. Na een tevergeefse zoektocht naar nieuwe financiering, besloot Estro over te stappen naar het pre-pack faillissement, waarbij onder begeleiding van een beoogd curator een  verkoop van activiteiten van de Estro Groep aan Smallsteps  werd overeengekomen. In dit arrest heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken over de toepassing van de Europese richtlijn 2001/23/EG op het pre-pack faillissement in Nederland. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Le Brussels International Business Court tranchera, en anglais, des litiges commerciaux transfrontaliers

· Olivier Vanden Berghe

Sur proposition du ministre de la Justice Koen Geens, le Conseil des ministres du 27 octobre 2017 a approuvé un avant-projet de loi instaurant la Brussels International Business Court, un tribunal spécialisé qui tranchera des litiges commerciaux transfrontaliers, en anglais, en premier et dernier ressort. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Engelstalige Brussels International Business Court voor de beslechting van grensoverschrijdende handelsgeschillen

· Olivier Vanden Berghe

Op de Ministeraad van 27 oktober 2017 werd op voorstel van minister van Justitie Koen Geens een voorontwerp van wet goedgekeurd houdende oprichting van het Brussels International Business Court, een gespecialiseerde overheidsrechtbank die grensoverschrijdende handelsgeschillen kan beslechten in het Engels en in eerste en laastste aanleg. ...

Lees de bijdrage

Verzekeringen

Le paiement de la prime fait à l'intermédiaire d'assurances est libératoire si un contrat assurance existe entre le preneur d'assurance et l'assureur - Cass. 9 mars 2017

· Béatrice Toussaint

Les faits du litige soumis à la Cour de cassation ressortent du pourvoi: le preneur d'assurance remplit un bulletin de souscription à l'entête de l'assureur pour un produit d'investissement. Il remet un chèque du montant de la prime au courtier et est débité de cette somme. Une « offre réalisée pour (le preneur d'assurance) » à l'entête de l'assureur, mentionnant le courtier comme « conseiller » et reprenant les caractéristiques du produit, indique la date de prise d'effet du contrat et de son terme ainsi que le montant de la prime. Il s'avérera que ce document a été établi par le courtier. Ni le bulletin de souscription ni le chèque ne sont transmis à l'assureur qui expliquera, interrogé par le preneur d'assurance sur le montant de la réserve constituée, qu'aucun contrat n'a été conclu à son nom. ...

Lees de bijdrage

Mededinginsrecht en gereguleerde sectoren

Systèmes de réparation sélective : l’arrêt CEAHR du Tribunal de l’UE

· Julie Probst

Le Tribunal a rejeté le recours en annulation de la décision de la Commission rejetant la plainte de la Confédération européenne des associations d’horlogers-réparateurs (CEAHR) relative aux systèmes de réparation sélective instaurés par plusieurs fabricants de montres suisses. En vertu de ces systèmes, seuls les réparateurs agrées ont accès aux pièces de rechange, ainsi qu’aux outils et aux informations spécifiques à la marque. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

La présomption de connaissance du vice caché ne vaut pas pour chaque vendeur professionnel, seulement pour le fabricant et le vendeur spécialisé - Cass. 7 avril 2017

· Olivier Vanden Berghe

Un arrêt de la Cour de cassation du 7 avril 2017 (C.16.0311.N) rappelle que le vendeur qui est un fabricant ou vendeur spécialisé est présumé avoir connu le vice caché et ne peut dès lors pas s'exonérer de la garantie des vices cachés (art. 1641 Code civil), sauf s'il prouve qu'il était impossible de déceler le vice. L'arrêt est intéressant parce qu'il précisé que cette obligation de résultat de déceler le vice ne repose pas sur chaque vendeur professionnel. En effet, tout vendeur professionnel n'est pas nécessairement un fabricant ou un vendeur spécialisé. Le juge doit faire la distinction en utilisant comme critères le degré de spécialisation et les compétences techniques du vendeur en question. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Het vermoeden van kennis van een verborgen gebrek geldt niet voor elke professionele verkoper, enkel voor de fabrikant en de gespecialiseerde verkoper - Cass. 7 april 2017

· Olivier Vanden Berghe

In een arrest van het Hof van Cassatie van 7 april 2017 (C.16.0311.N) werd de vaststaande rechtspraak herhaald dat de verkoper die een fabrikant of gespecialiseerde verkoper is, wordt vermoed het verborgen gebrek te hebben gekend en zich aldus voor de vrijwaring voor verborgen gebreken (art. 1641 BW) niet kan exonereren, tenzij hij bewijst dat het gebrek onmogelijk kon worden opgespoord. Interessant is dat het arrest verduidelijkt dat deze resultaatsverbintenis om het gebrek op te sporen niet rust op elke professionele verkoper. Niet elke professionele verkoper is immers noodzakelijk een fabrikant of gespecialiseerde verkoper. Het onderscheid moet de feitenrechter bepalen met als onderscheidingscriterium de specialisatiegraad en de technische competenties van de verkoper in kwestie. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Recouvrement de dettes d'argent non contestées: le recouvrement classique par voie judiciaire reste possible - Cass. 13 octobre 2017

· Olivier Vanden Berghe

La nouvelle procédure de recouvrement extrajudiciaire de dettes d'argent non contestées est entrée en vigueur le 2 juillet 2016 (art. 1394/20 et suivants Code judiciaire). Certains tribunaux considèrent que lorsqu'une créance tombe sous le champ d'application de cette nouvelle procédure, le créancier doit y avoir recours, et ne peut plus suivre la procédure classique de recouvrement par voie judiciaire. Ainsi, le tribunal de commerce de Gand, division Courtai a, dans un jugement du 27 octobre 2016, condamné par défaut un débiteur au paiement de la créance, tout en laissant les dépens à charge du créancier, au motif qu'il n'avait pas fait usage de la procédure de recouvrement extrajudiciaire pour créances incontestées. Le tribunal relève que la propre  citation du demandeur qualifie la créance de non contestée, certaine et exigible et que l'intention expresse du législateur était de soulager le tribunal de commerce de ce qui est étranger à sa tâche principale, à savoir trancher des litiges. Le tribunal en déduit que des frais inutiles ont été faits, comme les frais de citation. Dans un  arrêt du 13 octobre 2017 (C.17.0120.N) la Cour de cassation annule ce jugement en ce qu'il met à charge du demandeur les frais d'instance. ...

Lees de bijdrage

Algemeen handelsrecht

Invordering onbetwiste geldschulden: de klassieke gerechtelijke invorderingsprocedure blijft mogelijk - Cass. 13 oktober 2017

· Olivier Vanden Berghe

Op 2 juli 2016 trad de nieuwe buitengerechtelijke invorderingsprocedure voor onbetwiste geldschulden in werking (art. 1394/20 en volgende Ger.W.). Een aantal rechtbanken oordeelden dat als een schuldvordering onder het toepassingsvoorwaarden van de nieuwe procedure valt, de schuldeiser deze nieuwe weg moet volgen, en niet de klassieke gerechtelijke invorderingsprocedure.  Zo had de rechtbank van koophandel van Gent, afdeling Kortrijk, in een verstekvonnis van 27 oktober 2016 een invordering weliswaar gegrond verklaard, maar toch de eiser veroordeeld in de kosten, omdat hij  geen gebruik had gemaakt van de procedure voor de buitengerechtelijke invordering van onbetwiste geldschulden. De rechtbank wees erop dat de dagvaarding zelf aangaf dat het ging om een niet-betwiste, vaststaande en opeisbare geldschuld en verwees naar de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever om de rechtbank van koophandel te ontheffen van taken die niets te maken hebben met haar kerntaak, om te besluiten dat er nodeloze kosten waren gemaakt, zoals de kosten van dagvaarding. In een arrest van 13 oktober 2017 (C.17.0120.N) vernietigt het Hof van Cassatie de tenlastelegging van de gedingkosten aan de eiser. ...

Lees de bijdrage